Feeds:
Berichten
Reacties

Nooit de bioscoopzaal verlaten voordat de aftiteling voorbij is.

Dat leerde ik al in het eerste jaar van mijn studie geschiedenis in Stad (vak ‘Inleiding in de geschiedenis’ met Homme Wedman en Frank den Hollander, oh nee: Jaap den Hollander, pardon, Frank is van Rooie en Rinus en Pé Daalemmer). Dat bleek maar weer eens bij de ‘nieuwste’ film van Winnie de Pooh, de eerste De Pooh-film in 35 jaar. Gezien op een zondagochtend in Pathé in Groningen. Het monster Totzo bestaat! En is eigenlijk best wel een lief monster. Bleek.

Mijn forensenkrakfiets, met lekke achterband.

Mijn forensenkrakfiets, met lekke achterband.

Na afloop poffertjes eten op de Grote Markt bij Trijnko Nijboer met z’n Kaiser Wilhelm-snor. En daarna nog even snel naar de Noorderstationsstraat, iets voorbij die wiettent. Want daar zet ik mijn kleurige ´forensenfiets´ altijd neer. Ik heb een fiets in de stad, anders lukt het mij als forens niet op tijd om m´n werk te zijn. Veel ellende mee gehad de laatste tijd. Twee keer in korte tijd voor- èn achterband laten plakken. En nu is m´n achterband alweer een week lek. En die wil ik thuis even zelf plakken.

Maar wat is dat? Er hangt een doorweekt briefje aanvast, met tekst. Een boodschap! Spannuuuund!

Mijn patroon ´s ochtends op een werkdag: trein, even lopen, fiets losmaken, de Boteringestraat doorfietsen, fiets vastmaken bij de Waagstraat en acht uur lekker werken. Patroon na vijf uur: fiets losmaken, Boteringestraat doorfietsen, fiets parkeren en vastmaken iets voorbij die wiettent dus op tweehonderd meter voor het Noorderstation.

Het Noorderstation.Het Noorderstation.

Het Noorderstation.

Het is een echte stadsfiets, die fiets van mij. Een krakfiets van jewelste met prachtig gekleurde streepjes. Vorig jaar gekocht voor 35 euro of zo, op de Vismarkt van een handelaar die verzekerde dat het geen gestolen fiets was. Dat geloofde ik toen maar.

Een half jaar geleden had ik nog maar een paar minuten om de trein op ´Noord´ te halen. Ik haasten. Stond er naast mijn kleurige fiets een meisje een briefje te schrijven, voor mij! Haar vader stond naast haar met de armen over elkaar te wachten. Wat bleek: zij had járen geleden die – mijn – fiets zo geschilderd, met al die vrolijke kleurtjes. En toen was ie gestolen. En toen was zij naar Leeuwarden vertrokken. En nu, toen ze na lange tijd weer eens terug was in de stad, zag ze haar fiets weer terug! Ze was dolenthousiast en was bezig deze informatie op dat briefje te pennen.

“En nu wil je hem terug zeker”, reageerde ik wantrouwend.
“Nee joh”, zei het meisje, nog steeds heel opgetogen. “Ik woon hier al lang niet meer. Ik wilde alleen even laten weten dat ik het heel leuk vind dat er nog iemand op rijdt.” !

Een heus schilderij van mijn forensenkrakfiets!

Een heus schilderij van mijn forensenkrakfiets!

En nu heeft weer iemand een briefje aan mijn fiets vastgemaakt. Het zit in een doorweekt plastic zakje. Ik leg het in de auto, maakt m´n fiets los en leg het felgekleurde vervoermiddel in de kofferbak. Hopelijk flikkert ie er onderweg niet uit of word ik aangehouden. Op weg naar huis leest mij vriendin het natte kaartje voor. Op de achterkant staat een plaatje…. van mijn fiets! Het is een schilderij. Een heel mooi schilderij, van mijn forensenkrakfiets!

“Hallo eigenaar van deze bijzondere fiets. Zoals je kunt zien heb ik van jouw fiets een schilderij gemaakt. Ik vind ´m zo tof, elke keer als ik er langs fiets word ik er weer vrolijk van. ”

Zo hé! Iemand word vrolijk van mij! Da´s nieuws! En goed nieuws! Althans, van mijn fiets wordt iemand vrolijk, maar da’s nog steeds goed nieuws. Nota bene van mijn fiets waar ik zelf al niet meer al te vrolijk van word, van al die lekke banden.

"Ik vind 'm zo tof, elke keer als ik er langs fiets, word ik er weer vrolijk van."

"Ik vind 'm zo tof, elke keer als ik er langs fiets, word ik er weer vrolijk van."

“Als je het schilderij wilt komen bekijken, ben je van harte welkom. ” De schilder geeft het adres. “Hier vlakbij het station.” Maar waarschuwt wel: “Over een paar weken gaan we verhuizen, dus wacht niet te lang. ”

Is getekend: Diet Alblas. Ah, een schilderes dus!

Wouw, wat een eer. Mijn forensenkrakfiets vereeuwigd!

Thuis snel even googlen natuurlijk. Oh… ze is de vrouw van een ex-collega van mij, hij is onlangs vertrokken. Ook toevallig! Een hoge pief trouwens, die man van haar, toen hij nog bij de gemeente Groningen werkte. Hij was één van de directeuren bij de dienst RO/EZ. En ze schildert, Diet! Heb ik gemerkt. “Portretten, maar ook koeien en kippen”, meldt ze op een site. Maar dus ook kleurige krakfietsen in de stad! In ieder geval die vrolijke van mij!

Diet heeft er een kaartje bij gedaan, met vier portretten van steeds hetzelfde kindje dat als clown is geschminkt, met haar e-mail en zelfs 06-nummer. Ik ga deze week nog contact opnemen. Misschien woont Diet nog in Groningen. En kan ik het schilderij van mijn krakfiets zèlf bewonderen!

De Slegteman! Daar zit ie. Helemaal alleen op het terras van het cafeetje onder het Noorderstation. De benen over elkaar, net niet in de zon. Het is vier uur op 21 juli.

De Slegteman rookt Elegant

De Slegteman rookt Elegant

De Slegteman, éen van mijn hoofdpersonages uit Heen en weer op het Hogeland, de boekverkoper uit de Herestraat (zie Heen en weer op het Hogeland, 10 juni, heen), rookt een sigaartje, merk Elegant, het kistje ligt op tafel. Naast het sigarenkistje ligt de biografie van Willem Elsschot, een Nederlands schrijver, bekend van Lijmen/Het been en Kaas. Da’s ook toevallig, dat boek van Vic van de Reijt heb dit voorjaar van mijn schoonouders voor mijn verjaardag gekregen! Zwaar boek, 400 bladzijden, heel wat dikker dan de boeken van Elsschot zelf. En met een prachtig oranje koordje eraan als boekenlegger.

De Slegteman leest Elsschot

De Slegteman leest Elsschot

Even over Elsschot dan maar. Ik wilde eerst een boek van hem te lezen voordat ik aan z’n biografie zou beginnen. Ik had Lijmen/Het been nog ergens in de kast staan, een afgeschreven exemplaar uit de bibliotheek van Stadskanaal, dus die werd het. Ik las het heen en weer naar m’n werk in de trein.
‘Satirische roman over een handige oplichter, die zakenlieden “lijmt” om reclame te maken in een niet bestaand “Wereldtijdschrift”, maar naderhand wroeging voelt.’ Dat stond er in de kaft. Maar deze satire begreep ik niet goed. Of ik heb iets gemist, kan ook. Drama vond ik het, niks aan. Zelden zo’n langdradig saai boek gelezen. Zo langdradig dat het bijna verslavend werd, want ik heb het wel uitgelezen. Ik betrapte me erop dat ik het slot zelfs nog wel grappig vond ook. Ik kan me herinneren dat een vriendje van mij op het Fivelcollege, mijn middelbare school in Delfzijl, z’n boekbespreking over Lijmen/Het been deed. Zal hem nog eens naar zijn oordeel vragen. Hopelijk is de biografie beter.

De Slegteman drinkt sherry

De Slegteman drinkt sherry

Terug naar de Slegteman.
De Slegteman blaast de sigarenrook uit z’n mond, neemt een sip van z’n ik denk sherry, witte port zou ook kunnen, en gooit de sigarenpeuk wel vijf meter ver. Onmiddellijk pakt hij het kistje, haalt er een nieuwe sigaar uit en steekt hem aan met een witte aansteker.

Zou hij z’n pijp hebben afgezworen? Hij was zo’n verstokte pijproker.

De Slegteman bladert wat in z’n Elsschot-boek, leest wat, bekijkt wat foto’s en klapt het boek weer dicht.

Zou hij die tweedehands in z’n eigen winkel op de kop hebben getikt?

Opeens is hij weg. Maar z’n boek en sigaren liggen nog op tafel. Even plassen misschien. Of nee, z’n sherry betalen natuurlijk. Z’n trein naar Winsum komt er zo aan.

De Slegteman forenst nu zonder vouwfiets

De Slegteman forenst nu zonder vouwfiets

De Slegteman klimt langzaam de lange Noorderstationstrap naar boven, zònder vouwfiets! Da’s ook wat, zou hij nu lopen naar De Slegte?

Zo hé. Geen pijp en vouwfiets meer, de twee voorwerpen die zo bij De Slegteman hoorden. Er is heel wat veranderd sinds Heen en weer op het Hogeland.

“Een fijne dag nog.”
“U ook.”

Mooi moment op het Noorderstation. Zeven juli 2011, vijf over half zes. De trein naar Delfzijl komt vanaf het hoofdstation. Twee hoofdpersonen uit Heen en weer op het Hogeland stappen achter elkaar de trein uit en groeten elkaar. De Viking en de Blinde Vrouw met de blindengeleidehond.

Het klinkt alsof ze elkaar op dat kleine stukje tussen Hoofd en Noord een praatje met elkaar hebben gemaakt. Zou Heen en weer verbroederen? De Viking kent het boek, weet ik van zijn en zijn moeders reacties op deze site. Heeft hij de Blinde Vrouw met de hond uit het boek hebben herkend? Heeft hij zijn medepersonage daarom hebben aangesproken? Wist de Blinde Vrouw al dat ze in mijn treindagboek staat?

“Een fijne dag nog.”
De Viking zegt het hoffelijk.

“U ook.”
De Blinde Vrouw zegt ‘u’ tegen de Viking. Misschien heeft ze niet door dat ze een stuk ouder is dan de Viking die eind 2009 op kamers ging.

De Viking pik je er altijd uit, zelfs al draagt hij een camouflagebroek.

De Viking pik je er altijd uit, zelfs al draagt hij een camouflagebroek.

De Blinde Vrouw met de blindengeleidehond slaat links af, richting het schuine stuk naar beneden. De Viking, een wijde camouflagebroek om de benen, stapt richting stationstrap. En hij steekt z’n hand op, als extra groet. Maar dat ziet de Blinde Vrouw natuurlijk niet. De Viking schiet in de lach. Dat bedenkt hijzelf waarschijnlijk ook.