Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2010

Anne Hettinga, Arriva-directeur en de meest prominente hoofdpersoon in mijn boek, is een verliezer. Én een winnaar.

In de eerste Goede Reis na het verschijnen van Heen en weer op het Hogeland, het winternummer, is winnen en verliezen het thema. Goede Reis is het reizigersmagazine van Arriva.
(Beetje laat om nu met de doorpakkende dooi nog over het winternummer met de bevroren snorharen van Chris Zegers te beginnen. Maar het kan, het Lentenummer heb ik nog niet in de bagagerekken zien liggen.)
Winst en verlies, Anne kan erover meepraten. Hij heeft het afgelopen jaar gewonnen en verloren. “Arriva is bekend met dit onderwerp”, meldt hij eufemistisch in zijn column ‘Beste Arriva reiziger’ op de eerste bladzijde.

Verloren heeft hij in Groningen en Drenthe, daar mag hij sinds 13 december niet meer met zijn groene bussen rijden. Daar tuffen nu de rode bussen van Qbuzz rond. En in Friesland mocht hij al niet meer met z’n bussen komen. Arriva rijdt alleen nog met treinen in het Noorden.

De donkere decemberdagen waren dan ook niet de leukste dagen voor Anne, meldt hij in het Financieel Dagblad.
Ik zag de roze geldkrant in de trein liggen en griste hem mee. En heel toevallig staat mijn hoofdpersoon er met een uitgebreid interview in.
Anne heeft er de pee in dat hij z’n bussen uit het Noorden moest terugtrekken. En hij denkt zo het zijne over de verloren aanbesteding. Maar, laat hij weten: “Mensen die denken dat ik een slechte verliezen ben, hebben het mis. Je kunt eens een aanbesteding verliezen, en dan win je er weer eens een.”
You wine some, you lose some. Of andersom.

En inderdaad, Anne wint ook. Hij heeft vorig jaar bijvoorbeeld de waterbus tussen Dordrecht en Rotterdam erbij gekregen. Anne loses some, he wins some. En onlangs, in december nog, won Anne opnieuw! Hij mag met bussen gaan rijden in het gebied Achterhoek-Rivierenland. Anne versloeg er Syntus. Niet tot tevredenheid van iedere reiziger trouwens. Het ging best oké met Syntus, vinden sommigen. Er zijn heuse reizigersacties op gang gekomen om Syntus te behouden. Bovendien rezen vragen rond vermeende belangenverstrengeling van een oud-medewerker van Arriva. Zij zou als adviseur van de provincie Gelderland een rol bij de beslissing hebben gespeeld. De provincie ontkent dat. Maar toch, dat zijn dan weer ongelukjes bij een geluk. Hoe dan ook, Anne heeft er weer een concessie bij.
Anne jonge, van harte gefeliciteerd!

De treinreizigers in Groningen en Friesland zitten in ieder geval nog lang aan Arriva vast. Heen en weer op het Hogeland zal zeker tot in 2020 in de Spurt plaatsvinden. Dan wordt de treinconcessie opnieuw aanbesteed.

Winnen en verliezen. Anne’s thema is ook op mijn forensenlijf geschreven. Ik voel met hem mee.

Winst? Ja! Een boek, een soepel, lekker in de hand liggend boek. Mijn kop in de krant, m’n stem op de radio, m’n kop én stem op de televisie. Oog in oog met Anne die mijn boek in ontvangst neemt. Heen en weer in de etalages van bekende boekwinkels. Honderden verkochte boeken. Lezers die mijn handtekening willen. Leuke reacties op deze website (meer dan 4500 bezoekers sinds de boekpresentatie eind oktober). Lezers die graag een tweede boek willen lezen. Uitnodigingen voor optredens in bibliotheken. Pure winst allemaal.

Verlies? Ook. Jammer dat er geen recensies over Heen en weer zijn geschreven. Dat staat zo mooi op de kaft bij een tweede druk, een eventuele tweede druk. De slordigheidjes in het boek en de tikfouten die er toch zijn ingeslopen. Boekwinkels die Heen en weer uit de etalage verwijderen. En die enkele boekwinkel die de verkoop ziet teruglopen en van mijn boek af wil. Niet verkocht, geld terug.
Onlangs nog een stapeltje onverkochte exemplaren bij een winkel opgehaald. Het boek had daar in de etalage gelegen, een verkoper had het zelfs gelezen. Bij het verlaten van de winkel ging het alarm af.
“Of wil je ze terug?”, probeerde ik nog.
Nee, ik mocht wel doorlopen.
I win some, I lose some.

En dan opeens belt Trouw! En is de cover van Heen en weer tot in alle uithoeken van het land te zien. Hoera, da’s dan weer even een mooi succesje. Het effect is er gelijk: een piek in de bezoeken aan deze website. En daar istie weer in de etalage: Heen en weer. Twee prominente boekwinkels in de Stad hebben hem (weer) achter het raam staan: Scholtens Selexyz en Godert Walter.

Grote kans trouwens dat ik spoedig weer een opsteker kan melden.

Hé, mooie klifhanger niet?

Read Full Post »

En dan sta ik zomaar weer in de krant waarin ik achttien jaar geleden ‘debuteerde’. Of hoe noem je dat: als je als studentje journalistiek voor het eerst een artikel in een dagblad krijgt. Het ging toen over de Groninger streektaalfunctionaris Siemon Reker die een boekje had gemaakt. De kop boven het artikel heb ik al die jaren onthouden: ‘Tweetaligheid verrijkt de geest’.

Ik sta sinds 17 maart 1992 weer in Trouw. Nu niet met artikel ván mij maar met een artikel óver mij. In het boekenkatern op zaterdag 13 februari. Boekredacteur Co Welgraven belde mij begin van de week mobiel op m’n werk. Hij had mijn boek gezien en wilde mij voor zijn rubiek ‘Vandaar dit boek’ interviewen. Hij zei dat hij ‘het lijntje’ wel kende. ‘Het lijntje’: Groningen-Roodeschool. Hij was onlangs nog in Usquert geweest.

Ik zei dat ik wel in zijn rubriek wilde staan.
“Woensdag tien uur?”
Woensdag tien uur vond ik helemaal goed.
Snel wat oude zaterdagkranten van Trouw opgesnord. ‘Vandaar dit boek’, achterkant katern Letter & Geest, tabloid formaat, eenderde pagina, ik-vorm. Allemaal heel gunstig.

Woensdag werkte ik thuis en werd ik precies om tien uur door Co Welgraven gebeld. Of hij het interview mocht opnemen?
Tuurlijk. Als hij dat handig vindt.
“Hoop werk”, zei ik nog. Ik doe het zelf ook wel eens bij de gemeentebobo’s. Bij de burgemeester, de gemeentesecretaris of gemeentelijke programmamanagers van dienstoverstijgende programma’s ter verbetering van het een of ander, dienstverlening meestal. Maar nu werd ikzelf opgenomen.

Een half uur later hingen we op.
’s Avonds laat kwam het stukje binnen op de mail. Ik mocht er nog even naar kijken. Alleen ‘feitelijke onjuistheden’. Jaja, ik weet hoe het gaat.

‘Helemaal goed’, mailde ik terug. Ik gaf hem nog een suggestiezin cadeau die hij nog ergens tussen zou kunnen frommelen. Deze mooie zin had ik na het interview bedacht en gewenst gezegd te hebben: “Het is een kroniek van kleinmenselijke gebeurtenissen van het dagelijkse treinleven: een ongemakkelijk gesprek op het balkon, gehannes met een onwillige vouwfiets, op de hak van je medereiziger trappen bij het uitstappen.”

Heeft hij niks meegedaan. En terecht. Hij zal wel gedacht hebben: Dat heeft hij niet gezegd, dus dat komt er mooi niet in. Als er nog iemand met mij over Heen en weer wil praten, zal ik nog eens over dat kleinmenselijke beginnen.

Interview zien? Klik op dit ploatie:

Snel nog even het vloekgehalte van Heen en weer onderzocht. Want ja, toch een christelijke krant met christelijke lezers. Ik herinner me de boekverkoper van een christelijke boekwinkel in de stad toen hij een stapeltje met mijn boeken in ontvangst nam. “Er wordt toch niet in gevloekt?”, was de vraag.
“Niet door de auteur”, had mijn uitgever Lourens geantwoord.

Dat blijkt te kloppen. Wel gebruik ik Zijn naam eenmaal ijdel bij een verzuchting over de Loopjongen die een gorillaknuffel aan z’n rugzak heeft: “God, nu ook al jongens met knuffeltjes. Wat betekent dat nu weer?” (14 augustus).
Verder wordt er door medereizigers dertien keer gevloekt, in verschillende varianten. Voor een boek van 272 pagina’s pieieiepweinig.

Je zou ook bijna vloeken bij de treinramp in België. Zoveel doden en gewonden. Een machinist zou een rood sein hebben genegeerd. Het zal je maar overkomen.
Voor de reizigers in de Spurt wellicht een geruststellende gedachte: de machinisten hier zijn goed getraind in het maken van noodstops. Dat deden ze al in de tijd van mijn treindagboek en ze oefenen er nog regelmatig mee.


Read Full Post »

Een beetje duf in de trein zitten is er tegenwoordig nauwelijks meer bij. Ik moet van allerlei functionarissen van alles doen. Mijn kaartje laten zien bijvoorbeeld. Dat is nog tot daar aan toe, dat verwacht ik ook. Tenminste als er een conducteur naast mij staat.

Maar ik moet ook zo vaak mijn kaartje laten zien aan reizigersonderzoekers. Dat zijn meestal wat oudere vrouwen in felrode onderzoeksjassen. In Heen en weer op het Hogeland kun je geen tien bladzijden lezen of daar heb je er weer één. En als het niet om mijn kaartje gaat, is er wel weer een enquêteur die mijn mening wil weten. Wat vind ik van de klantvriendelijkheid van het personeel? De stiptheid van de trein? De rijstijl van de bestuurder? Voel ik mij zeer onveilig tot zeer veilig, weet niet, of n.v.t. tijdens de rit?
Je verwacht dan dat zo’n onderzoek in een la verdwijnt.

Maar dat is niet gebeurd met een onderzoek van de gemeente Eemsmond! Deze gemeente, trotse bezitter van maar liefst vijf stations (ik durf te wedden dat er nergens anders zoveel stations per inwoner zijn), heeft een onderzoek onder de treinreizigers op het traject Roodeschool-Groningen gehouden. Directe aanleiding: een steekpartij op het Uithuizer station waarbij een jongen gewond raakte. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de reizigers zich veilig voelen in de trein en op de stations, maar dat ze zich ergeren aan vervuiling en vernielingen. Ook irritant: te kleine fietsenstallingen, weinig parkeerplekken, onvoldoende schuilmogelijkheden en kapotte kaartautomaten.

Kapotte kaartautomaten? Daar kan elke kaartjeskopende Hogelandster forens over meepraten. In Heen en weer is het al raak op de eerste dag, pagina 6:
“Klinggg! Met een metalig geluid floept onder de tekst ‘Kaartje hoeft niet gepast’ een rood bordje tevoorschijn: ‘Apparaat buiten werking’.”

Dus wat gebeurt er? Er komt een heus convenant!
Een convenant. Nog niet zo lang geleden wist niemand wat dat was. Toen maakten partijen nog gewoon afspraken of sloten ze een samenwerkingsovereenkomst. Tegenwoordig zijn daar convenanten voor. Die worden ondertekend, altijd net als er een fotograaf van de plaatselijke krant in de buurt is. Dit treinconvenant is ondertekend door Arriva, de provincie, spoorwegpolitie, de gemeente Eemsmond en ook nog de NS.

Een convenant, het klinkt nog steeds een stuk minder mouwenopstroperig dan een ouderwetse afspraak of samenwerkingsovereenkomst. Convenant, klinkt als intentieverklaring. Je zegt je best te doen, maar als je even geen tijd hebt, ook goed. Alsof je er zo weer onderuit kunt. Zeker als een ondertekenaar (burgemeester Marijke van Beek van Eemsmond) zegt: “Bijzonder aan het convenant is onder meer dat naast het pakket van maatregelen de verantwoordelijkheden zijn vastgelegd waaraan elke deelnemende partij zijn bijdrage kan ontlenen.” Dat is nog eens klip en klare Jip en Janneke-taal!

Maar goed: er is iets ondertekend en dat moet leiden tot meer veiligheid op de vijf stations in de gemeente Eemsmond. De huidige situatie op de stations is ‘geschouwd’, overdag en ’s nachts. De conclusies (volgens de Ommelander Courant):

Station Warffum
-te weinig fietsenstallingen
-geen officiële parkeerplaatsen voor auto’s
-slechte reisinformatie

Station Usquert
-beter onderhoud groen nodig om gevaarlijke situaties te voorkomen

Station Uithuizen
-wachtruimte is erg vies
Oh ja, het tamponhok van Uithuizen. In Heen en weer op 8 november: “Ik ijsbeer langs de wachtkamer, een ongezellig hok met twee bankjes. Er zit niemand in. Een tampon met een blauw touwtje ligt in een plas water op de brede vensterbank. Het watje staat bol van het vocht.”
(‘wachtkamer’, het staat er echt! Stom woord! Moet zijn: wachtruimte.  Of wachthok. Wachtkamer, dat is iets voor een huisarts- of tandartspraktijk. Je tikt het in en je leest er vervolgens achttien keer overheen. En alle meelezers ook. Tip voor boekenschrijvers, zeker debutanten: lees nooit je eigen boek als die al is uitgegeven! Je komt dingen tégen…)
-slecht onderhoud groen
-de vele trapjes naar het station zijn ‘een nadeel van de toegankelijkheid’

Station Uithuizermeeden
-slechte toegankelijkheid tweede perron
-te kleine fietsenstalling
-verroeste fietsenstalling

Station Roodeschool
-vernielingen door afgelegen plek
-donker voorplein
-geen parkeergelegenheid

En nu, deelnemende partijen, als de bliksem dat pakket aan maatregelen uitvoeren! Of anders wel de verantwoordelijkheden nog eens napluizen waaraan jullie je verantwoordelijk kunnen ontlenen! Hup hup! En rap een beetje!

Maaruh, hoe zit het eigenlijk met de stations Baflo, Winsum, Sauwerd, Groningen-Noord en het hoofdstation in Stad? Die liggen ook aan de lijn Roodeschool-Groningen. Daar gaat Marijke van Beek van Eemsmond weliswaar niet over, maar is daar alles al op orde? En is er alleen van alles mis met de stations in de gemeente Eemsmond? Lijkt me niet. Hallo?

Oké. En nu, als toetje voor de Heen en weer-liefhebber: een geschrapte passage uit het boek. Over ook zo’n treinonderzoek! Geschrapt omdat schrijven schrappen is. Omdat een boek ook te dik kan zijn. Omdat een boek door de brievenbus moet passen. Vindt mijn uitgever tenminste.

Tijd: ergens in november. En dan praten we over 2007, mind you! Het is een terugreis. Vertraging: 6 minuten. Controle: nee.

Groningen
Donker is het in de trein. In mijn coupé zijn de meeste lampen uit.
Vlak voordat we vertrekken, gaan alle lichten aan.

Ik kijk om en zie een jongen in een oranje hesje papieren uitdelen. Ik hoor hem zeggen: “Wilt u ook meedoen aan een enquête over de kwaliteit van deze lijn?”
Jáááá! Ik wrijf mij in de handen.
“Heel graag. Moet ik hem opsturen?”
“Ik kom hem weer ophalen.”
“Het gaat over de kwaliteit van deze lijn zeg maar. Jullie ook?”
“Geef maar.”
“In het algemeen of deze trein?”
“In het algemeen op deze trein.”
“Bent u op tijd vertrokken?”
“Geen idee.”
“Daar begint kwaliteit mee hè.”
De mensen zijn gretig.
“Hier heb ik nog een potloodje.”
“Ik heb al een keer meegedaan.”
“Nog een keer kan geen kwaad, toch?”

De jongen in het hesje loopt mij voorbij. Dat zou toch niet! Ik wil ook! Hij gaat naar z’n collega verderop.
“Mijn potloden zijn op. Heb jij nog?”
Met nieuwe potloden komt hij weer langs.
Ik steek m’n hand uit.
“Alstublieft.”
Ik krijg een vers potloodje.
De jongen haalt een enquêteformulier uit een Nivea-tas.

Winsum
“Hallo hallo hallo!”
Een mevrouw met een bruine hoed staat op een zwaait met haar enquêteformulier naar de jongen in het hesje.

Als ik m’n formulier teruggeef, zie ik pas dat het op de achterkant verder gaat.
“Hé, het gaat op de achterkant verder!”
“Ja, maar dat geeft niet joh.”
“Geef maar terug, ik wil alles invullen als je het niet erg vindt.”
De jongen met de Nivea-tas en z’n collega staan op het balkonnetje.
“Ik heb nu zestig, hoeveel heb jij?”
“Honderd.”
“Ook de achterkant ingevuld? Mooi, niet iedereen ziet dat.”

Een vrouw met twee volle tassen loopt ver voor Warffum naar het balkonnetje waar de jongen met de Nivea-tas staat. Ze praten wat voordat ze in Warffum uitstapt.

Usquert
We wachten op de tegentrein uit Roodeschool. De enquêteur met de Nivea-tas staat vlak bij mij het gangpad af te speuren naar reizigers die hun formulier willen inleveren. We hebben oogcontact. Ik besluit een praatje te maken.
“Ze willen wel meewerken niet, de mensen.”
“Ja, ze willen allemaal meedoen.”
De jongen vertelt dat hij ook enquêtes op de Arrivalijnen naar Delfzijl en Nieuweschans uitdeelt, maar dat er over de trein naar Roodeschool veel meer wordt geklaagd.
“Ik hoor vooral geklaag over de drukte en het missen van de aansluiting. Dan zijn ze te laat in Groningen om de trein naar Zwolle te halen. Ik heb zelf in Baflo gewoond, ik woon nu in Groningen hoor, maar ik heb heel lang de trein van tien over acht genomen. Altijd vol en altijd vertraging.”
Hij zegt dat hij net met een vrouw had gepraat…
“Die met die tassen die er in Warffum uitging?”
“Ja die ja.”
…die wist te vertellen dat veel mensen uit Warffum niet de trein in Warffum pakken maar met de auto naar Winsum gaan om daar de trein uit Delfzijl naar Groningen te nemen. Dan hebben ze meer kans de aansluiting in Groningen nog te halen.
Ik begin over de extra spitsbussen die Arriva vanaf Winsum naar Groningen inzet. Je maakt een praatje of je maakt hem niet.
”Ja, lijn 65, maar die rijdt alleen maar naar de Grote Markt.”
“Die moet toch naar het station rijden?”
“Dat doet ie dus niet. Ik heb er zelf ingezeten. Ik dacht: moet ik er nu al uit? En toen reed ie leeg naar het station. Echt waar.”
De jongen vertelt dat reizigers tegen hem, de enquêteur, beginnen te klagen.
“Ik mag de formulieren niet inkijken, maar de mensen vertellen mij wel eens wat. Een jongen in Nieuweschans klaagde dat hij z’n tentamens had gemist. En weet je wat ze bij Arriva tegen hem zeiden? ‘Dan moet je een trein eerder nemen.’ Maar dat had ie al gedaan! ‘Daar kunnen wij niks aan doen’, kreeg hij toen te horen. ‘Wij kunnen niks garanderen.’ Dan word je toch afgescheept? Da’s toch lullig?”

Read Full Post »