Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for maart, 2010

Voor het eerst sinds drie maanden weer in de trein naar Uithuizen gezeten. Toen, half december, stapte ik in Warffum uit voor m’n optreden in de bieb daar, nu twee stations verder op het vertrouwde station Uithuizen. Op verzoek van de Biebman van 9 januari en 2 april en inmiddels op deze website ook een vertrouwde verschijning. Hij vond het leuk als ik in de jury zou zitten van de regionale voorronde van de Nationale Voorleeswedstrijd.
En als de Biebman dat leuk vindt, vind ik dat ook! Dus daar zat ik woensdag 10 maart in de trein van zes over twaalf in de trein naar Uithuizen.

Ik herken zo gauw niemand bij het uitzoeken van een plek in de trein. Ik ga op een rustig plekje zitten, bij niemand in de buurt. Een jongen met een bril met belachelijk brede brillenpoten kijkt tussen twee rugleuningen door mij aan. Hij kijkt snel weer voor zich uit. Dat zal deze reis niet de laatste keer zijn. Herkent hij mij? Als voormalige medeforens op het Hogelandlijntje? Of heeft hij zich herkend in Heen en weer op het Hogeland
Hééé…. deze knakker zou best Dikkie Dik kunnen zijn, de ‘stevige jongen met een hoog, roodaangelopen hoofd’ van 24 juni en 17 juli. Maar helemaal zeker weet ik het niet. Het is al weer bijna twee jaar geleden dat ik Dikkie Dik heb gezien!

Warffum
We staan naast tegentrein Piet Oberman.
Vroeger, in ‘mijn tijd’, werd er nog gewoon in Usquert gekruist. Maar sinds de nieuwe dienstregeling (daarover later wellicht eens wat meer) sinds 19 december passeren de treinen elkaar in Warffum.

Uithuizen
Op het balkon staat het Zeurstemmetje van 10 april, 1 juli en 25 september in een blauwwit trainingspakachtig pak.
Dikkie Dik zegt iets tegen haar en het Zeurstemmetje zegt wat terug. Maar wat? Ik ben te ver weg om goed te horen of Zeurstemmetje nog steeds dat akelige zeurstemmetje heeft.

Ik ben vroeg. Ik heb nog tijd om naar de kapper te gaan. Dat wilde ik eigenlijk al voor de boekpresentatie op 31 oktober. Maar dat is er nog niet van gekomen. Nu kan het!

Ik loop door de Albert Hein naar de winkelstraat. Bij de parkeerplaatsingang zit nog steeds de Roemeen die daar twee jaar geleden ook al zat. Maar toen had hij nog een trekharmonica, nu speelt hij op een keyboard van het merk Roland! Dat zie je zelfs in de stad Groningen niet. Hij maakt gretig gebruik van de ritmeboxfunctie. Ik herken een beroemd Duits zeemanswijsje, de titel schiet me niet te binnen.
“Leuk!”, zeg ik tegen hem en ik steek m’n duim op.
De Roemeen knikt lachend terug.

Er zijn een heleboel kappers in Uithuizen. Dat weet ik nog van toen ik er nog woonde.
De eerste kapper is dicht.
De tweede is open maar heeft pauze.
“Ik dacht, de deur is los”, probeer ik nog.
“Dat is ook zo”, zegt een meisje met een kop thee in haar handen. “Maar ik heb pauze.”
“Dan houdt het op.”
De derde is dicht.
De vierde is los, heeft geen pauze, maar daar zijn de twee kapsters druk bezig. Ik heb geen tijd om te wachten, ik moet naar De Rank voor de voorleeswedstrijd.

De Biebman ontvangt mij hartelijk in De Rank, het clubgebouw van de kerk tegenover de kerk, maar ook te huur voor wereldse aangelegenheden. Niet lang meer trouwens, want door de Samen op Weg-hype is De Rank overbodig geworden en gaat ie dicht.
De Biebman heeft z’n witte bloes weer aan. Ook de Biebvrouw die mij bij mijn optreden in de bieb van Warffum samen de Biebman met het VPRO-haar interviewde, is er.
De Biebman vraagt of ik m’n boek bij me heb.
Toevallig wel ja.
Of ik als eerste een stukje wil voorlezen.
“Oh jee, uuh, ja natuurlijk wel, leuk. Maar dan moet ik wel even wat geschikts uitzoeken.”
Ik ga apart zitten en blader in Heen en weer. Shit, toch niet echt een boek voor basisschoolscholieren. Er wordt hevig in gevloekt en gescholden, het gaat over seks en drank en andere zaken die je niet snel aan kinderen blootstelt. Pfff. Maar ik wil deze plotselinge voorleeskans niet voorbij laten gaan. Er moet toch wel een kindvriendelijk stukje te vinden zijn?

Mijn collega-juryleden komen binnen: Yvonne de Wandeler van de Educatieve Dienst van Biblionet Groningen en wethouder Alie Boekhoudt van de gemeente Eemsmond. Yvonne is een dorpsgenoot van mij, komen we achter! Ook toevallig. Voor Alie is het jureren hoogstwaarschijnlijk één van de laatste optredens als wethouder. Ze zegt dat de kans groot is dat ze niet als wethouder terugkeert. Ervaren in het jureren is ze zeer zeker. Een logische juryvoorzitter dus.

Ik ga weer apart zitten en blader weer door mijn boek.
Ik kies voor 24 januari heen over een propvolle trein omdat de trein ervoor niet reed. Op deze reis wordt twee keer gevloekt. Dat stukje sla ik wel over. Ongeveer halverwege de heenreis schrijf ik ‘zaal inkijken’ op.

De Biebvrouw opent de voorleeswedstrijd. De zaal zit mooi vol met de voorleesjongetjes en –meisjes, broertjes, zusjes, vaders, moeder en leerkrachten. Ik mag als eerste in de grote corduroystoel plaatsnemen.

Ik krijg een microfoontje aan m’n jasje gehangen. Ik vertel wat over mijn boek (“Jullie hebben vast ook wel eens met de trein naar Groningen gereisd”) en begin voor te lezen.
Ja hoor, het eerste gehakkel.
“Kijk, hakkelen mag best straks”, maak ik er een grapje van. “Helemaal niet erg als jullie dat straks ook doen.”

“Als het maar één treinstel is, ga ik naar huis”, lees ik voor. En ik kijk de zaal in voor de eerste keer. “De zaal inkijken, staat hier”, zeg ik. “Moeten jullie straks ook doen, daar letten we op. Ik heb het erbij geschreven, een tip!”

“De trein trekt langzaam op”, lees ik voor. “En stopt sissend. Een vouwfiets valt om.”
Nu zou ik ‘Kutzooi!’ en ‘Godverdomme’ moeten zeggen, want zo staat het in Heen en weer. Ik zeg: “Nou zou ik twee keer moeten vloeken. Maar dat doe ik niet, want dit is toch een gebouw van de kerk?”

“Een prachtig winterochtendconcert van neusophalen en gesnuif”, lees ik voor.
“Dat was het. Zo moet het dus niet”, besluit ik. “Jullie doen het zeker tien keer zo goed als ik!”

En dat doen ze! De meeste zijn erg goed. We moeten als jury per kind op tien punten letten. Zoals ‘Werd de klemtoon steeds op de goede plaats gelegd?’, ‘Las de finalist echt voor of werd er voorgedragen?’ en ‘Keek de kandidaat het publiek zo nu en dan eens aan?’. Ze lazen Guus Kuijer, Toon Tellegen, Geronimo Stilton, Mieke van Hooft maar vooral Francine Oomen.

In de pauzes zijn wij juryleden nog goed kritisch over de kandidaten. Maar omdat ze dat de afgelopen keren ook zo had gedaan, wil juryvoorzitter Alie Boekhoudt straks graag alleen maar positieve kwalificaties noemen. Ik bepleit nog het noemen van ook wat minder goede puntjes (‘Dan laten we zien dat we ons werk als jury serieus nemen’ en ‘Die kindjes zijn toch oud genoeg om tegen een beetje kritiek te kunnen?’). Maar de rest van de jury denkt daar anders over. Ik schik mij daar gemakkelijk in.
“Ik kan ook zo de politiek in”, merk ik op. “Ik kan goed compromissen sluiten.”

Goed beschouwd sluit ik niet eens een compromis, ik krijg gewoon geen poot aan tafel.

We zijn het eens: Hester van de Jansenius de Vriesschool in Warffum, wint. Een meisje met lang haar en een rode bril. Ze las voor uit Misschien wisten zij alles, een enorme rode pil van Toon Tellegen. Over haar staat in mijn aantekeningen: “Heel goed, onverstoorbaar doorlezen” (terwijl er een mobiele telefoon keihard afging), “Foutje, leuke reactie”(Bij een verspreking lachte ze even terwijl ze rustig verder las), “Alles lijkt erop dat ze het heel leuk vindt om voor te lezen” en “Kijkt wel heel erg vaak zaal in, hoeft niet”.

Juryvoorzitter Alie Boekhoudt noemt Hesters naam. Hester kijkt alsof ze het niet gelooft. Maar ze is toch echt de winnaar!
“Heb je dat dikke boek helemaal gelezen?”, vraagt Alie.
“Ja”, antwoordt Hester.
”Vond je het leuk?”, vraagt Alie.
“Ja.”

Leuke middag in Uithuizen! De beheerster, die hoopt dat iemand in De Rank een uitvaartcentrum begint zodat zij daar kan blijven werken, zegt dat ze mijn boek gaat kopen. En ook de wethouder zegt dat ze dat al lang van plan was en nu eindelijk ook echt gaat doen.
Mag allemaal.
“Hij ligt nog gewoon bij Venema”, moedig ik aan. Da’s de plaatselijke, wat zeg ik, de regionale boekhandel. Veel anders heb je niet aan boekwinkels in de wijde omtrek van Uithuizen.

Met een royale bos bloemen van Krijgsheld loop ik naar buiten.
“Shit!”, bedenk ik mij. “Nog steeds niet naar de kapper geweest.”

Read Full Post »