Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2010

Boete

Nooit meer een boete in de trein, had ik me zó voorgenomen. Niet alleen vanwege het geld, sneu geld heet dat geloof ik. Maar vooral vanwege Heen en weer op het Hogeland. Met zo’n boek over de trein, met al die beschrijvingen van zwartrijders die tegen de lamp lopen… het zou te gênant zijn.

Boetebon

De boetebon

Ik heb dus een boete gekregen. Balen! Ik wist dat het krap zou worden om nog een kaartje te kunnen kopen. Laat van huis vertrokken, hard fietsen. Maar ik was op tijd. Iets voor half negen, ik zag de trein al aankomen. Ik tikken op de kaartjesautomaat: enkele reis, Groningen-Noord, korting, vandaag geldig, betalen met muntgeld.

Dat van die korting was nogal stom, het was nog lang geen negen uur. Maar ik had haast, was al lang blij dat ik nog een kaartje kon kopen en dat ik niet op ‘pin’ drukte, want dat kost weer kostbare seconden om dat in ‘munt’ te herstellen.

(Ik kan dus niet meer kaartjes pinnen in Stedum! Dat is sinds een maand of vijf, zes zo. Ik moet met muntgeld betalen of een strippenkaart afstempelen. Maar een strippenkaart vóór negen uur gebruiken is niet handig want nogal duur vergeleken met een kaartje met korting. Nà negen uur schijnt dat wel weer de goedkoopte manier te zijn. Ik kan met mijn twee pinpassen overal pinnen; bij winkels, bij pinautomaten en bij alle treinkaartjesautomaten, behalve die in Stedum. Dat ding accepteert mijn pas domweg niet. Hij spuugt hem uit met de mededeling: ‘Pas onbruikbaar’. Dat doet hij bij meer reizigers, heb ik gezien. Kan ik wat doen? Is het een kaartjesautomaat van de NS? Of van Arriva? Hij is geel, de clubkleur van de NS. Bij de Arriva Store ben ik er eens over begonnen. Vaag verhaal. Dat die kaartjesautomaten van niemand zijn, en zeker niet van Arriva. De meneer achter de balie had geen flauw idee wat ik kon doen. Ja, een nieuwe pinpas bestellen. Dat kan, maar dat kost mij 7,50 euro! ING. Daar heb ik nog even geen zin in).

Ik was echt waar al weken niet gecontroleerd. Maar nu zag ik hem al snel aankomen zetten. Een goede bekende inmiddels met wie ik meestal wel even een praatje maak. Onzeker als ik meestal ben of ik wel een goed kaartje had gekocht, controleerde ik mijn versgekocht kaartje. Shit, met korting!

De conducteur is een aardige vent, maar ik kon niet goed inschatten wat hij zou doen. Streng optreden of met een gespeeld streng toespreken mij ermee weg laten komen. Dat laatste leek mij nog het meest waarschijnlijk. Heen en weer beschrijft ook sterke staaltjes boeteswegwuiverij.

Een paar rijen eerder bleef hij steken omdat hij er één te pakken had die ook zonder goed vervoerbewijs reed. Niet voordelig voor mij, schatte ik in. De boete uitschrijven duurde wel zo lang dat ik hoopte dat het nòg even zou duren. Dan kon ik er op het Noorderstation snel uit.
Nee dus.

Het Noorderstation

Ik begon er zelf over toen ik hem mijn kaartje gaf, na hem vriendelijk maar wel wat gereserveerd had gegroet.
“Ik heb me vergist, ik had weinig tijd, dit is met korting.”
We waren al bijna in Groningen.

Ik had toch al gemeld dat het gênant was? Ik zag hem enkele seconden twijfelen.
“Heb je legitimatie bij je?”, vroeg hij toen.
Nee hè!
“Waar ben je opgestapt? Ja, ik weet het wel, maar ik moet het vragen.”
“Stedum. Haast”, voegde ik eraan toe. “Dat is de reden.”
Nu even geen gezellig praatje tussen ons. Ik had de smoor in.

Hij was nog niet klaar toen de trein stopte op Groningen-Noord.
“Ik moet er hier wel uit”, zei ik.
“Ik loop wel even mee.”
En daar stonden we dan op het perron. Hij schrijven, ik denk ik moeilijk kijkend. Ik kreeg de indruk dat hij het niet leuk mij te bekeuren vond, maar dat hij vond dat hij z’n Arriva-plicht moest doen.

De machinist keek om het hoekje.
“Ik kom zo”, zei mijn conducteur.
De trein naar Groningen mocht niet weg omdat ik nog een boete moest hebben. We hebben daar nog zeker een dikke minuut zwijgend gestaan totdat hij klaar was met boeteschrijven. Ik kreeg een geel papiertje van hem, de bon.
“Dat is de pest als je bekend bent”, zei hij toen hij de trein instapte. “Als er één is die het moet weten, dan ben jij het.”
Bekend?
“Uuuh”, stamelde ik, “Ook bekende mensen vergissen zich wel eens.”
Zo bekend ben ik nou ook weer niet?

Veertig cent te weinig betaald: 37,60 euro boete

Ik keek op de bon. Een boete van 37,60 euro. Omdat ik door haast een kaartje met korting had gekocht. Omdat ik veertig cent te weinig had betaald. Twee twintig in plaats van twee zestig.

Ach, moet ik maar 38 boeken extra verkopen. Ben ik weer uit de kosten.

Read Full Post »

De Studiepik

Herinnert u zich deze nog: de Studiepik. Op 10 december schreef ik voor het eerst over hem. Toen was hij al ‘een vaste verschijning de laatste weken’. De Studiepik. “Intellectueel type, brilletje, altijd een boek lezend in één van zijn vele gebreide truien. Naar de kapper is hij lang niet meeer (Ja, dat staat er echt: meeer met drie e’s! Foutje pfffff!) geweest, z’n droge pluizige haar dwarrelt alle kanten op.”

Hij ging toen voor mij in een vierzitter zitten en groette mij. “Kan zijn dat ie ook mijn herkent (Ja, dat staat er echt: mijn! Aaaaaah!! Een foutloos boek maken is onmogelijk, durf ik nu wel te beweren. Maar twee fouten op één pagina na eindeloos herlezen, spelling checken en eindredactie…. Ik begrijp er nik van. Roelf Reinders wederom diep vernederd!) als vaste forens, kan ook zijn dat ie gewoon een aardige vent is.”

De Studiepik groeide uit tot één van mijn favoriete hoofdpersonen met z’n psychologieboeken (“…een Engelstalig proefschrift uit 1964 over de invloed van groepen op creativiteit in stresssituaties. Of zoiets.” En: “Alweer een proefschrift, nu over gedragsverandering ter vermindering van het autogebruik.”)

Ik ben toch wel blij dat ik de Studiepik als een sympathieke gozer heb omschreven!

De Studiepik heet Erik, hij is wetenschappelijk onderzoeker en docent psychologie aan de universiteit en woont sinds kort in mijn dorp! Dat met die studiepik had ik goed gezien al schrijf ik het zelf. Ik zie de Studiepik elke week omdat we in hetzelfde toneelstuk spelen dat eind augustus in ons dorp in het (studie)pikkedonker wordt opgevoerd.

De Studiepik, die toen ik met Heen en weer op het Hogeland bezig was, tussen Warffum en Groningen-Noord reisde. De Studiepik, die altijd z’n jas zo keurig netjes op het bagagerek legde.

Ik zag de Studiepik voor het eerst weer op station Stedum. Hij drentelde wat heen en weer in z’n linnen zomercolbertje. Ik had niet onmiddellijk door dat het hem was. Maar toen ik achter hem Mata Hari instapte, herkende ik hem als de Studiepik.

Heen en weer-lezers, de Studiepik is naar de kapper geweest! Z’n haar is niet droog en pluizig meer, het is kort. Het krult nog wel leuk jongensachtig. Ik ging schuin tegenover hem zitten. Hij had een zwarte laptoptas bij zich en een linnen tasje waar hij een boek uit haalde. Dat ging hij lezen. Je bent een Studiepik of niet natuurlijk.

Doen of niet doen? Doen of niet doen? Doen of niet doen? Ik twijfelde vanaf Stedum of ik hem zou aanspreken. Ik heb het gedaan.

“Jij zat toch altijd in het lijntje vanaf Roodeschool?”
Het was op het Noorderstation dat ik mijn eerste woorden met de Studiepik wisselde sinds de terugreis van 10 december 2007. De laatste tijd stap ik wel vaker op station Noord uit.
Ja, hij reisde een tijd vanaf Warffum, zei de Studiepik.
“Ik ook, ik herken je. Maar nu zag ik je in Stedum opstappen.”
“Ja, ik woon nu in Westeremden.”
Baf!

Zo kwam ik erachter dat de Studiepik een dorpsgenoot van mij is. We hebben misschien een minuut op het perron met elkaar gepraat.

Ik kreeg niet de indruk dat de Studiepik wist van het bestaan van mijn boek waarin hij één van de hoofdrollen speelt. Mmmm, jammer.

Met een ‘we zien elkaar vast nog wel’ namen we onder aan de trap afscheid. Over Heen en weer en dat hij erin staat, zei ik niks. Hoe ik dat aan zou pakken, daar moest ik nog maar eens rustig over nadenken, vond ik.

Een week later was de eerste repetitie van het toneelstuk waarvoor ik door een oud-docent geschiedenis van het Fivelcollege, mijn oude middelbare school in Delfzijl, was gestrikt. En toen ik het ontmoetingscentrum binnenkwam, zat de Studiepik al achter de bar. Ook hij als nog nieuwere nieuweling was door die dekselse oud-docent geronseld. Het stuk gaat over Vikingen die een Germaans of misschien wel Fries dorp, dat weet ik eigenlijk niet eens, binnenvallen. Ik speel een dorpeling die uiteindelijk toch…. oh nee, laat ik het maar niet verklappen. De Studiepik is ook een dorpeling.

Jammer dat die andere hoofdpersoon uit Heen en weer op het Hogeland niet ook in mijn dorp is komen wonen: de Viking. Schitterende gecast zou hij zijn. Maar de Viking uit Oosternieland is geen dorpeling meer in Oosternieland meer. De Viking is nu een echte Stadjer geworden, meldde mama Viking op 6 december op ‘de reacties’ op deze website.

Binnenkort schenk ik mijn dorpsgenoot de Studiepik een exemplaar van Heen en weer op het Hogeland waarin hij voorkomt. Hij weet nog van niks. Ben benieuwd naar wat de Studiepik ervan vindt dat hij zo in de gaten is gehouden. Daarover later meer.

Read Full Post »