Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Media’ Category

Een Arriva-trein vernoemd naar mij, Roelf Reinders? Als er een deel 2 van Heen en weer op het Hogeland komt, krijg ik m’n eigen trein. Dat beloofde Arriva-directeur Anne Hettinga toen hij op vrijdag 30 oktober het eerste exemplaar van mijn treindagboek in ontvangst nam.

Roelf op Groningen CS

13.00 uur

Ik ijsbeer op station Noord. Een slokje water uit de fles tegen de droge mond. Om negentien over moet ik in de trein naar het hoofstation stappen. Dat hebben ze bij de uitgeverij zo bedacht. Dus dat doe ik. Iedereen moet daar op spoor 1 en 2 dan in spanning op mij wachten: Anne Hettinga en de rest. Kom ik aan op spoor 6a? Dat is het perron dat een grote rol in mijn boek speelt. Kom ik op tijd aan of heb ik vertraging? Ik repeteer mijn praatje nog een keer.

Ik schrijf in het eerste exemplaar een opdracht aan Anne Hettinga. Mooie opdracht, al schrijf ik het zelf. Ik oefen nog een keer mijn speech.

13.19 uur

Ik stap op de trein die uit Delfzijl komt. Raar misschien voor een presentatie van een boek over Uithuizen-Groningen, maar dat merkt toch niemand. Ergens helemaal achteraan ga ik zitten. Nog een slokje water. Ik bewaar een bodempje voor straks.

Zenuwen, heel veel zenuwen. Ik ben niet zo’n prater in het openbaar. Misschien zijn er niet zo veel mensen, dat zou schelen. Maar ja, dat is nou ook weer niet de bedoeling.

Ik adem diep in, niet hoog maar laag. Ik volg de tips van mijn vriendin Anoesjka strikt op. Die kan het weten, want zij is yogajuf, zeg maar een expert in ontspannen. Mijn buik wordt dikker, even vasthouden en los. Nu moet ik de spanning weg voelen stromen. Ik merk er weinig van.

Wat een entree13.24 uur

De trein stopt. Ik neem het laatste slokje water, haal nog eens diep adem en blijf zitten. Ik moet als laatste de trein uit komen. Dat willen ze van de uitgeverij om de spanning erin te houden. Voor míjn spanning is dat niet nodig. Maar ik doe het toch maar, geen probleem.

Ik stap uit. Alsof ik als normaal uitstap, er gebeurt niks. Ik schuifel naar rechts en loop langs de Roodeschool-trein verder richting stationshal. Niemand ziet mij! Ik zie een paar fotografen staan wachten bij de voorste ingang. Daar loopt nog een stroom reizigers de trein uit. Ik glimlach. Tenminste dat zie ik later terug op de foto van de eerste fotograaf die mij opmerkt.

Een grote groep mensen, dertig, veertig man, begint te klappen. Ik ben gezien. Ik zoek Anne Hettinga, ik herken hem meteen. Hij lacht, ik geef hem een hand. Mijn uitgever Maarten Metz zegt wat, de mensen lachen erom. En nu ik.

Achteraf hoor ik van velen dat ze mij niet of nauwelijks hebben verstaan. De Roodeschool-trein maakte te veel lawaai. Ik was daar op voorbereid. Als ik had gemerkt dat een trein te veel lawaai maakte, had ik gezegd: “Anne jonge, kun je die trein niet even uitzetten.” Áls ik dat had gemerkt, maar ik hoorde die trein niet loeien. Iedereen verder wel, maar ik niet. Toch moeten er mensen zijn geweest die mij wel konden verstaan. Ik had een paar hele kleine grapjes voorbereid die ik kon maken of de trein nu wel of niet lawaai maakte. En ik hoorde toch een paar mensen lachen. Minder hard dan ik had gehoopt, dat wel. Maar toch.

Klaar. Nu het boek geven. Dat gaat wat onhandig. Ik ben uitgepraat, wat kan ik nog zeggen? Ik zeg zoiets als “Nou, alstublieft dan maar”. Of misschien bedank ik Hettinga ook wel. Ik weet het niet meer.

Anne Hettinga mag. Hij gaat precies voor de meer dan mansgrote poster van mij staan. Die zie ik voor het eerst. Dat zeg ik ook. Er staat op dat het Hogeland na Ede Staal eindelijk een nieuwe held heeft: ik. De poster is een groot succes. Ik moet er hartelijk om lachen. En de rest om mij, die zo om de onverwachte poster lacht.

Anne en Roelf

Anne Hettinga heeft een groot pak papier vast. Dat is de uitgeprinte versie van mijn boek. Het boek zelf is pas sinds gistermiddag klaar. Het had niet veel gescheeld of dit was een boekpresentatie zonder boek geweest. Ik zie paarse en roze papiertjes tussen de bladzijden. Hij heeft het gelezen, of zijn assistenten, en hij gaat wat met mijn tekst doen. Ik glimlach. Voor mij zit het erop. Ik heb gesproken, er kan niks meer mis gaan.

“Beste Roelf”, begint Hettinga. Hij zegt dat hij mij met de voornaam mag aanspreken omdat ik hem in het boek ook met Anne aanspreek. Ik vind alles goed, mijn taak zit erop. Hij spreekt zijn naam in het Fries uit.

Hettinga begint opeens te wuiven naar een man bij de rookpaal. De man rookt. Die man is de pastoor, zegt Anne, over wie hij net nog met mijn uitgever praatte. Da’s ook toevallig.

Anne zegt een paar keer dat hij geen koopadvies wil geven. Daarmee bedoelt hij denk ik dat hij de mensen niet aanraadt mijn boek te kopen. Maar hij raadt het ook niet af. Bedoelt hij dat de mensen het zelf mogen weten?

“Jullie moeten niet alles geloven wat hier in staat”, zegt de Arriva-directeur. Daar zijn die roze en paarse blaadjes voor. Hij heeft wat in het boek gevonden dat niet klopt volgens hem en dat wil hij even rechtzetten. Hé, het is zijn praatje. Mag. Ik vind alles prima.

Spurt RR?Dan zegt hij iets opmerkelijks. Als er een deel 2 komt van Heen en weer op het Hogeland, dan krijg ik mijn eigen trein. Dan komt er op één van de Arriva treinen ‘Roelf Reinders’ te staan. Eén voorwaarde: Arriva moet het met de inhoud eens zijn. Ik vind het een prachtig verhaal van Hettinga zo tegen de achtergrond van de nieuwe held van het Hogeland. Mooie afsluiter. Ik ben hartstikke blij en trots dat Anne Hettinga, directeur van Arriva Nederland en één van de hoofdpersonen van mijn boek, het eerste exemplaar in ontvangst heeft willen nemen.

Dat was het. Nee dus. De gekte begint. Ik wil zoals het hoort nog even napraten met Hettinga. Maar ik krijg een opengeklapt boek onder mijn neus gedrukt. Ik moet signeren. Mijn uitgever Maarten Metz noemde dat vlak voor mijn praatje ‘signaleren’ en dat heeft grote indruk op de mensen gemaakt. Dagen na de presentatie beginnen mensen die erbij waren er nog over: hij had het over een boek signaleren.

Ik was op het signaleren onvoorbereid. Wat schrijf je op? ‘Voor’ en dan de naam van de koper. Ik heb een paar maar ‘voor mijn favoriete collega’ gebruikt. Niet doen! Ze gaan vergelijken. Ik schrijf de meest gekke opdrachten op.

Mijn uitgever Lourens Vellinga drukt twee boeken in mijn hand. Voor twee Arriva-medewerkers die in het boek worden genoemd. Ik wil heel graag iets aardigs opschrijven. Ik denk dat ik daarin geslaagd ben. Dat hoop ik echt.

Heel even weet ik me aan het signaleren te ontrekken en knoop ik nog een praatje met Anne Hettinga aan. Ik zeg dat ik het echt niet allemaal uit m’n duim hebben zitten zuigen. Het is een kort en vriendelijk gesprek. Hij moet al weer weg.

14.45 uur

De drukte is weg, Anne Hettinga is weg en er is een aantal boeken verkocht. Woow wat een ochtend en middag. Met een klein groepje pakken we de trein naar Uithuizen voor een borrel en wat eten.

perronpoes snuffelt15.33 uur

Station Uithuizen. En wie komt op ons af gerend? Perronpoes! Mijn held. Alsof hij besteld is. Geen idee waar dit over gaat? Lees Heen en weer op het Hogeland! Hij snuffelt aan z’n eigen foto. Ik pak Perronpoes op en aai hem even snel. Heeft dat beest nog steeds vlooien?

Foto’s: Henk Tammens en Eddy Scholtens (Dank!)

Read Full Post »

Een Arriva-trein vernoemd naar mij, Roelf Reinders? Als er een deel 2 van Heen en weer op het Hogeland komt, krijg ik m’n eigen trein. Dat beloofde Arriva-directeur Anne Hettinga toen hij op vrijdag 30 oktober het eerste exemplaar van mijn treindagboek in ontvangst nam.

Overhandiging

Vrijdag 30 oktober, 8.35 uur

Met twee minuten vertraging – heeft ie anders bijna nooit – reis ik naar Groningen. Om half twee is de boekpresentatie. Maar eerst word ik geïnterviewd op Radio Noord. Het gaat beginnen. Het ís al begonnen. Op de deurmat lag al het Dagblad van het Noorden met een interview met mij over mijn treindagboekproject. Mooi verhaal door verkeerverslaggever Frits Poelman (“De geheimen van pubermeisjes in een treincoupé”) met mijn portret uit het boek. Poelman interviewde mij woensdagavond dik drie kwartier. Een deel van mijn gezicht ‘siert’ ook nog eens de voorpagina van de krant. “Roelf Reinders’ kijk op het spoor.” Naast mij Geert Wilders: “Ik ben niet extreem.” Geert en ik die strijden om de aandacht van de lezer, je moet het een keer gedaan hebben.

9.50 uur

Radiopresentator Eric Bats neemt mij mee naar een radiostudio in de Mediacentrale naast de Euroborg. Ik krijg een hoog glas water. Dat komt wel van pas, mijn mond is droog. We zijn met z’n tweeën. Hij stelt wat vragen over mijn boek. Ik praat een eind weg, dat gaat geweldig. Jammer dat de uitzending nog niet is begonnen. Hij heeft het boek pas vanochtend voor het eerst in handen gehad.

“Wat ga je precies vragen”, wil ik weten.

“Geen idee, dat weet ik nooit”, zegt Bats. “Ik bedenk de vragen altijd spontaan.”

Hij wil dat ik een stukje voorlees. Shit, had ik kunnen verwachten, maar dat heb ik niet voorbereid. Ik blader als een gek mijn boek door. Wat ga ik doen? Wat ga ik doen?

Nieuws. Nog meer nieuws. Muziekje. Praatje. Muziekje. Welkom Roelf Reinders.

“Dag”, zeg ik.

Vraag: hoe ik er toch bij kom om een boek over de trein te schrijven? Simpele vraag, tien keer gerepeteerd, maar ik hoor mezelf “uuuuh” en “nou” hakkelen. Dit gaat niet zo goed. Denk ik. Achteraf hoor ik dat het hartstikke goed ging. En na die eerste seconden ge-uuuh loopt het ook wel gewoon. Ik lees het stukje over de Euroborgbrand voor.

10.25 uur

Afgelopen. Ik ben op de radio geweest. TV-verslaggever Anja Otto stormt de studio binnen.

“Goeie stem”, zegt ze. “Rook jij?”

Anja Otto wil mij nu hebben. Ik wil haar nu ook, ik begin er lekker in te komen. Ik herinner me Heleen van Royen die over de publiciteit voor haar nieuwste boek De mannentester zoiets zei als: “Ik doe alles wat ze willen en zeg alles wat ze willen horen.” Ik test alleen geen mannen, maar treinen in mijn boek.

Ze wil met mij in de trein. We fietsen naar het station.

“Dus ík koop de kaartjes?”, vraag ik bij de automaat. Anja doet of ze me niet hoort en rommelt met haar cameraspullen. Dus ik koop de kaartjes. Dat filmt ze.

We stappen in de trein naar Delfzijl. Beetje gek voor een itempje over de trein van Uithuizen naar Groningen, maar die gaat pas over meer dan een half uur.Anja Otto

Anja Otto is een camjo, ze filmt en interviewt op hetzelfde moment. Als ze filmt, worden haar ogen groot en lacht ze breed. Dat leidt wat af, maar geeft ook het gevoel dat ik goed bezig ben.

Een conducteur! Hij geeft mij een hand. Werkelijk nog nooit vertoond. Hij heeft mij gezien in de krant vanochtend. Leuk stukje vond hij. En Anja maar filmen. Komt hij in het boek voor? Nee, zeg ik. Kan ook niet, zegt de man, want hij werkt pas sinds mei op de trein.

We stappen uit in Stedum, bekend terrein. De conducteur is er ook weer. Mooi werk heeft hij, vertelt hij. Alleen soms jammer van de agressie. En hij legt uit hoe je daar het beste mee om kunt gaan. Of hij het boek gaat kopen? Hij denkt van wel. Of misschien krijgt hij het wel van zijn directeur Anne Hettinga, voor in het kerstpakket. Anja filmpt mooie quotes.

In de trein terug komt de conducteur nog een keer langs. Of Anja zijn naam toch maar niet bekend wil maken. Vanwege de veiligheid. Want je kunt nooit weten. Ik knik. Ook Anja begrijpt dat. In het filmpje komt de conducteur niet sprekend terug. We zien hem alleen lachend uit het machinistenhok komen.

Op het hoofdstation staan de uitgevers. Eén van hen heeft boeken bij winkels in de stad rondgebracht. Bij één winkel wilden ze per se weten of er in het boek wordt gevloekt, anders kwam het boek er niet in.

“De auteur kennende niet”, vertelt uitgever Lourens Vellinga met een stralende glimlach.

Deel II volgt. Met daarin de overhandiging van het eerste exemplaar aan Arriva-directeur Anne Hettinga.

Foto’s: Henk Tammens

Read Full Post »