Feeds:
Berichten
Reacties

Nou, juf Petra had gelijk hoor. De kindjes van De Roemte waren leuk en lief. Oh, fout, ik moet van juf Ada ‘Roemte’ zeggen. De school heet Roemte, geen De Roemte.
Ik was in Roemte, op 22 oktober 2010.
Klinkt wel een beetje gek hoor, juf Ada.

Leuk en lief ja, die Roemte-kindjes. Maar het duurde wel eventjes voordat ik daar achter kwam.

Vol = vol

Vol = vol

Ik mocht wat vertellen op de laatste dag van de kinderboekenweek van De Roe… van Roemte, een christelijke basisschool in Loppersum. Er waren allemaal ‘workshops’: gebakjes maken, boeken zoeken op de boekenmarkt, schminken en nog meer leuke kindjesdingen.
En ik.
De kinderen mochten zelf weten waar ze heen gingen. Dus kwam er tijdens de eerste workshop niemand bij mij. Kindjes renden druk heen en weer in de gang op zoek naar de leukste activiteit. En dat was dus niet bij mij. Geen één kind!

En de dag was al zo fijn begonnen. Geen kind en geen koffie. Stroomstoring in Loppersum. Dus geen diavoorstelling van de dik honderd foto’s die Maarten Westmaas voor mijn boek heeft gemaakt. Maar hoe erg was dat? Er was ook helemaal geen kindje in mijn lokaal.

Na vijf minuten was er tóch nog belangstelling voor mij. Drie kleuters met een moeder of kleuterleidster en een meisje met zwart geverfde lippen. Ze konden nergens meer naar binnen want alles was vol maar bij mij was nog plaats.
Ja zat!

De diepere lagen van Heen en weer verklaren voor kleuters leek mij geen goed idee.
“Ik ga wel wat voorlezen”, zei ik. “Ik haal wel even een boekje, wacht even.”
Ik haalde een paar boekjes en liet ‘mijn fans’ kiezen. Rupsje Nooitgenoeg moest het worden. Oké, fine, ook een goed boek. Ik las dus Rupsje Nooitgenoeg voor. De kleuters vonden het leuk zo te zien, het meisje met de zwarte lippen ook. Hoewel, die had het liefst zelf voorgelezen.
“Zal ik het even doen?”, bood ze aan. “Ik kan heel goed voorlezen.”
“Naaah”, zei ik, “Hoeft niet. Deze drie kleuters komen speciaal voor mij.”

Maar later mocht ik toch nog drie maal voor volle kringen mijn dingetje doen. Beetje vertellen over Heen en weer (“Ik sta hier omdat ik een boek heb geschreven. Niet echt een kinderboek, maar dat vond juf Petra niet erg.”) Beetje voorlezen, onder meer de column ‘Speeltrein’ uit Goede Reis! (Goede zet trouwens, vooral de kleuters lagen in een deuk.) En slimme vragen beantwoorden (“Waren er ook mensen boos toen ze erachter kwamen dat ze in het boek stonden?”)

"Genoeg over 'Rupsje Nooitgenoeg', nu wat over een boek waarvan je ècht geen genoeg kunt krijgen."

"Genoeg over 'Rupsje Nooitgenoeg', nu wat over een boek waarvan je ècht geen genoeg kunt krijgen."

Een ter plekke bedachte actie om kindjes in de kring bijnamen te geven, net als ik in Heen en weer met medereizigers had gedaan, had ook succes.
”Jij!”, zei ik en ik wees op een jongetje dat net was gesminkt en een zwarte stip op z’n neus had. “Jij zou ik Stippelneus noemen.”
Lachen! Bij ieder bedachte bijnaam kwamen ze niet meer bij, die leuke en lieve kindjes van De Roemte.
Het meisje met de zwarte lippen, dat voor de tweede keer bij mij was, sloeg ik over. Maar dat ging zo maar niet!
“Hoe zou je mij noemen?”, vroeg ze dwingend.
“De Zwarte Panter”, antwoordde ik, want ik wist dat ze verhalen schreef over een zwarte panter.
“Nee, de punker!”, zei het meisje met de zwarte lippen. “Want ik ben een punker.”
“Oh ja, tuurlijk, de punker. Jij bent De Punker.”

Na een uur was er ondanks de stroomstoring toch koffie! Hoera. Op de ouderwetse manier gezet: water koken en dan opgieten. Lekker bakkie was dat.

’s Middags mocht ik nog jureren bij de voorleeswedstrijd van De Roemte. Toen was de stroom weer terug en was er weer koffiezetapparatenkoffie.
Toch jammer, die opgietkoffie had ook wel wat.

Morgen grote uitdaging. Ik mag iets over Heen en weer en het schrijven van een boek vertellen in een klas vol hoogbegaafde kinderen. Dat spektakel gaat gebeuren op de Leonardoschool in Delfzijl.

Eerste woordje: waterpas

Eerste woordje: waterpas

Dat mailde ik ook een vriend, die zelf zo’n Leonardo (eerste woordjes: ‘waterpas’ en ‘waterpomptang’) heeft. “Jij op een Leonardoschool?”, schreef hij terug. En ik zag hem zitten, giechelend z’n mailtje tikkend. “Bereid je voor op een klas vol kleine betwetertjes die vragen gaan stellen waarvan je totaal niet begrijpt wat ze bedoelen. Ik heb vorig jaar ook twee keer een praatje gehouden op een Leonardoschool. In één van de klassen begon een ventje na drie minuten al snoeihard te roepen: ‘Ik vind het niet interessant!’ En dan moet je nog 20 minuten! Nou ja, misschien heb jij meer succes dan ik. Je hebt in ieder geval je flamboyante uiterlijk mee.”

Wat ie nou weer met dat laatste bedoelt, zal ik hem nog eens vragen. Maar de boodschap is duidelijk. Als ik de drie minuten haal, is het een geslaagd optreden. Ik laat een stopwatch meelopen.

Dacht je alles al gehad te hebben, mag ik ook nog iets doen op de afsluitende dag van de kinderboekenweek op basisschool De Roemte in Loppersum. Niet dat Heen en weer nou een echt kinderboek is. Maar dat maakt juf Petra niet uit. Die wil mij er graag bij hebben.

“Alleen als het brave kindjes zijn”, stelde ik als voorwaarde.
“De leerlingen van De Roemte zijn de leukste en braafste kinderen van hééél het Hogeland”, zei juf Petra toen.

Ik zal s zien!