Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Arriva’

Ik had het laatst toch over een nieuwe kans op een opsteker? En hier is tie dan: ik sta in Goede Reis!, het glossy magazine van Arriva voor de Spurt-reiziger. Met een column in het voorjaarsnummer.

Ik ben ervoor gevraagd door de uitgeverij die voor Arriva het treinblad maakt. Een leuk succes. Lig ik toch even een maandje of twee op de bagagerekken in Groningen en Friesland.

Leuk hoor, om in het blad van Anne Hettinga Arriva-directeur, hoofdpersoon in Heen en weer en ontvanger van het eerste exemplaar van mijn boek (‘Jullie moeten niet alles geloven wat hier in staat’) te staan. Ik dacht even dat hij in zijn voorwoord een geintje met mij uithaalde. Hij schrijft: “In deze editie bovendien weer een keur aan suggesties voor een dagje uit, goede boeken en muziek tijdens uw treinreis en een bekende Nederlander die over zijn reiservaringen vertelt.”

Die bekende Nederlander met z’n reiservaringen, daar bedoelt Anne mij natuurlijk mee, dacht ik toen ik het voorjaarsnummer voor het eerst opsloeg. De grapjesmaker! Lachend bladerde ik het reizigersmagazine door totdat ik bij de rubriek Reisbekend(d)tenissen kwam. Met acteur en Gouden Kalf-winnaar Robert de Hoog.
Díe bedoelde Anne dus!
Nou ja, maakt niet uit.

Nou staat ie warempel weer met die schuine stropdas op de foto!
Anne man, wat zei ik nou!

Die foto met de roze das staat al in het Arriva-blad toen Goede Reis! nog Arriva! Reizigersmagazine heette. Die foto is al zeker drie jaar oud!
In Heen en weer schrijf ik op 27 december over deze directeursfoto: “wilde jongensachtige krullen op z’n voorhoofd en die roze stropdas die niet helemaal recht hangt. Alsof hij éigenlijk niet weg kon voor de foto. Want druk druk druk bezig alle vertragingen op te lossen. Alsof hij echt door de fotograaf naast die Spurt is gesléurd.”

Tijdens de boekpresentatie sprak ik heel eventjes met Anne. Ik begon over die foto. Dat z’n das niet recht hangt. Hij riep z’n assistente erbij en zei zoiets dat het tijd werd voor een nieuwe foto.
Niet dus. Misschien te druk druk druk bezig…

Over opstekers gesproken: Anne heeft er ook één gekregen. Nee, twee zelfs! De Spurt-reizigers hebben Arriva in 2009 een 7,3 gegeven. Blijkt uit Arriva-onderzoek. En nee, da’s geen wij-van-wc-eend-adviseren-wc-eend-onderzoek, als ik Goede Reis! mag geloven, want ze huurden er een onafhankelijk bureau voor in. Van een 6,7 in 2006 naar een 7,3 in 2009. En dan noemt de Consumentenbond Arriva ook nog de beste spoorvervoerder! Het kan niet op voor Anne.

Anne over al deze opstekers: “Als u denkt dat Arriva vanaf nu met de duimen gaat zitten draaien, kan ik u geruststellen. Wij zijn niet van plan op onze lauweren te gaan rusten. Integendeel.”
Heel goed Anne, zo ken ik je weer! Gefeliciteerd met het behaalde resultaat!

In Heen en weer feliciteer ik Anne ook al, op 2 april. Want Arriva had toen een zeven van de treinreizigers gekregen. Dat was gebleken uit een klanttevredenheidsonderzoek van het ministerie van Verkeer en Waterstaat dit keer.
‘En de klanten van Arriva waren inderdaad tevreden.’
Ik was over deze ruime voldoende hogelijk verbaasd gezien de vertragingen en de overvolle treinen soms, maar pende in mijn treindagboek wel: ‘Hieperdepiep hoera! Jouw reizigers zijn tevreden, wat wil een spoordirecteur nog meer?’

Vooruit dan, Anne krijgt van mij nog een derde opsteker! Over Goede Reis! Want Anne is de beroerdste niet. Want Anne is zeer royaal.
Op bierflesjes staat ‘eigendom van de brouwerij’. En op het reizigersblad Rails van die andere treinvervoerder, de NS, staat: ‘hoort thuis in de trein’.
Maar wat zegt Anne Hettinga over zijn treinblad Goede Reis! als hij over die bekende Nederlander heeft gerept die over zijn reiservaringen vertelt?:
‘Genoeg stof om de tijd in de trein mee te vullen en heeft u daar niet genoeg aan, dan neemt u het blad gewoon lekker mee naar huis!’

Bij de beste spoorvervoerder van het land mag je het treinblad ‘gewoon lekker mee naar huis’ nemen.
Fantastisch toch?

Uuuuh, ben ik hier nou zo opgetogen over omdat ik er zelf in Goede Reis! sta?

Read Full Post »

Anne Hettinga, Arriva-directeur en de meest prominente hoofdpersoon in mijn boek, is een verliezer. Én een winnaar.

In de eerste Goede Reis na het verschijnen van Heen en weer op het Hogeland, het winternummer, is winnen en verliezen het thema. Goede Reis is het reizigersmagazine van Arriva.
(Beetje laat om nu met de doorpakkende dooi nog over het winternummer met de bevroren snorharen van Chris Zegers te beginnen. Maar het kan, het Lentenummer heb ik nog niet in de bagagerekken zien liggen.)
Winst en verlies, Anne kan erover meepraten. Hij heeft het afgelopen jaar gewonnen en verloren. “Arriva is bekend met dit onderwerp”, meldt hij eufemistisch in zijn column ‘Beste Arriva reiziger’ op de eerste bladzijde.

Verloren heeft hij in Groningen en Drenthe, daar mag hij sinds 13 december niet meer met zijn groene bussen rijden. Daar tuffen nu de rode bussen van Qbuzz rond. En in Friesland mocht hij al niet meer met z’n bussen komen. Arriva rijdt alleen nog met treinen in het Noorden.

De donkere decemberdagen waren dan ook niet de leukste dagen voor Anne, meldt hij in het Financieel Dagblad.
Ik zag de roze geldkrant in de trein liggen en griste hem mee. En heel toevallig staat mijn hoofdpersoon er met een uitgebreid interview in.
Anne heeft er de pee in dat hij z’n bussen uit het Noorden moest terugtrekken. En hij denkt zo het zijne over de verloren aanbesteding. Maar, laat hij weten: “Mensen die denken dat ik een slechte verliezen ben, hebben het mis. Je kunt eens een aanbesteding verliezen, en dan win je er weer eens een.”
You wine some, you lose some. Of andersom.

En inderdaad, Anne wint ook. Hij heeft vorig jaar bijvoorbeeld de waterbus tussen Dordrecht en Rotterdam erbij gekregen. Anne loses some, he wins some. En onlangs, in december nog, won Anne opnieuw! Hij mag met bussen gaan rijden in het gebied Achterhoek-Rivierenland. Anne versloeg er Syntus. Niet tot tevredenheid van iedere reiziger trouwens. Het ging best oké met Syntus, vinden sommigen. Er zijn heuse reizigersacties op gang gekomen om Syntus te behouden. Bovendien rezen vragen rond vermeende belangenverstrengeling van een oud-medewerker van Arriva. Zij zou als adviseur van de provincie Gelderland een rol bij de beslissing hebben gespeeld. De provincie ontkent dat. Maar toch, dat zijn dan weer ongelukjes bij een geluk. Hoe dan ook, Anne heeft er weer een concessie bij.
Anne jonge, van harte gefeliciteerd!

De treinreizigers in Groningen en Friesland zitten in ieder geval nog lang aan Arriva vast. Heen en weer op het Hogeland zal zeker tot in 2020 in de Spurt plaatsvinden. Dan wordt de treinconcessie opnieuw aanbesteed.

Winnen en verliezen. Anne’s thema is ook op mijn forensenlijf geschreven. Ik voel met hem mee.

Winst? Ja! Een boek, een soepel, lekker in de hand liggend boek. Mijn kop in de krant, m’n stem op de radio, m’n kop én stem op de televisie. Oog in oog met Anne die mijn boek in ontvangst neemt. Heen en weer in de etalages van bekende boekwinkels. Honderden verkochte boeken. Lezers die mijn handtekening willen. Leuke reacties op deze website (meer dan 4500 bezoekers sinds de boekpresentatie eind oktober). Lezers die graag een tweede boek willen lezen. Uitnodigingen voor optredens in bibliotheken. Pure winst allemaal.

Verlies? Ook. Jammer dat er geen recensies over Heen en weer zijn geschreven. Dat staat zo mooi op de kaft bij een tweede druk, een eventuele tweede druk. De slordigheidjes in het boek en de tikfouten die er toch zijn ingeslopen. Boekwinkels die Heen en weer uit de etalage verwijderen. En die enkele boekwinkel die de verkoop ziet teruglopen en van mijn boek af wil. Niet verkocht, geld terug.
Onlangs nog een stapeltje onverkochte exemplaren bij een winkel opgehaald. Het boek had daar in de etalage gelegen, een verkoper had het zelfs gelezen. Bij het verlaten van de winkel ging het alarm af.
“Of wil je ze terug?”, probeerde ik nog.
Nee, ik mocht wel doorlopen.
I win some, I lose some.

En dan opeens belt Trouw! En is de cover van Heen en weer tot in alle uithoeken van het land te zien. Hoera, da’s dan weer even een mooi succesje. Het effect is er gelijk: een piek in de bezoeken aan deze website. En daar istie weer in de etalage: Heen en weer. Twee prominente boekwinkels in de Stad hebben hem (weer) achter het raam staan: Scholtens Selexyz en Godert Walter.

Grote kans trouwens dat ik spoedig weer een opsteker kan melden.

Hé, mooie klifhanger niet?

Read Full Post »

Een beetje duf in de trein zitten is er tegenwoordig nauwelijks meer bij. Ik moet van allerlei functionarissen van alles doen. Mijn kaartje laten zien bijvoorbeeld. Dat is nog tot daar aan toe, dat verwacht ik ook. Tenminste als er een conducteur naast mij staat.

Maar ik moet ook zo vaak mijn kaartje laten zien aan reizigersonderzoekers. Dat zijn meestal wat oudere vrouwen in felrode onderzoeksjassen. In Heen en weer op het Hogeland kun je geen tien bladzijden lezen of daar heb je er weer één. En als het niet om mijn kaartje gaat, is er wel weer een enquêteur die mijn mening wil weten. Wat vind ik van de klantvriendelijkheid van het personeel? De stiptheid van de trein? De rijstijl van de bestuurder? Voel ik mij zeer onveilig tot zeer veilig, weet niet, of n.v.t. tijdens de rit?
Je verwacht dan dat zo’n onderzoek in een la verdwijnt.

Maar dat is niet gebeurd met een onderzoek van de gemeente Eemsmond! Deze gemeente, trotse bezitter van maar liefst vijf stations (ik durf te wedden dat er nergens anders zoveel stations per inwoner zijn), heeft een onderzoek onder de treinreizigers op het traject Roodeschool-Groningen gehouden. Directe aanleiding: een steekpartij op het Uithuizer station waarbij een jongen gewond raakte. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de reizigers zich veilig voelen in de trein en op de stations, maar dat ze zich ergeren aan vervuiling en vernielingen. Ook irritant: te kleine fietsenstallingen, weinig parkeerplekken, onvoldoende schuilmogelijkheden en kapotte kaartautomaten.

Kapotte kaartautomaten? Daar kan elke kaartjeskopende Hogelandster forens over meepraten. In Heen en weer is het al raak op de eerste dag, pagina 6:
“Klinggg! Met een metalig geluid floept onder de tekst ‘Kaartje hoeft niet gepast’ een rood bordje tevoorschijn: ‘Apparaat buiten werking’.”

Dus wat gebeurt er? Er komt een heus convenant!
Een convenant. Nog niet zo lang geleden wist niemand wat dat was. Toen maakten partijen nog gewoon afspraken of sloten ze een samenwerkingsovereenkomst. Tegenwoordig zijn daar convenanten voor. Die worden ondertekend, altijd net als er een fotograaf van de plaatselijke krant in de buurt is. Dit treinconvenant is ondertekend door Arriva, de provincie, spoorwegpolitie, de gemeente Eemsmond en ook nog de NS.

Een convenant, het klinkt nog steeds een stuk minder mouwenopstroperig dan een ouderwetse afspraak of samenwerkingsovereenkomst. Convenant, klinkt als intentieverklaring. Je zegt je best te doen, maar als je even geen tijd hebt, ook goed. Alsof je er zo weer onderuit kunt. Zeker als een ondertekenaar (burgemeester Marijke van Beek van Eemsmond) zegt: “Bijzonder aan het convenant is onder meer dat naast het pakket van maatregelen de verantwoordelijkheden zijn vastgelegd waaraan elke deelnemende partij zijn bijdrage kan ontlenen.” Dat is nog eens klip en klare Jip en Janneke-taal!

Maar goed: er is iets ondertekend en dat moet leiden tot meer veiligheid op de vijf stations in de gemeente Eemsmond. De huidige situatie op de stations is ‘geschouwd’, overdag en ’s nachts. De conclusies (volgens de Ommelander Courant):

Station Warffum
-te weinig fietsenstallingen
-geen officiële parkeerplaatsen voor auto’s
-slechte reisinformatie

Station Usquert
-beter onderhoud groen nodig om gevaarlijke situaties te voorkomen

Station Uithuizen
-wachtruimte is erg vies
Oh ja, het tamponhok van Uithuizen. In Heen en weer op 8 november: “Ik ijsbeer langs de wachtkamer, een ongezellig hok met twee bankjes. Er zit niemand in. Een tampon met een blauw touwtje ligt in een plas water op de brede vensterbank. Het watje staat bol van het vocht.”
(‘wachtkamer’, het staat er echt! Stom woord! Moet zijn: wachtruimte.  Of wachthok. Wachtkamer, dat is iets voor een huisarts- of tandartspraktijk. Je tikt het in en je leest er vervolgens achttien keer overheen. En alle meelezers ook. Tip voor boekenschrijvers, zeker debutanten: lees nooit je eigen boek als die al is uitgegeven! Je komt dingen tégen…)
-slecht onderhoud groen
-de vele trapjes naar het station zijn ‘een nadeel van de toegankelijkheid’

Station Uithuizermeeden
-slechte toegankelijkheid tweede perron
-te kleine fietsenstalling
-verroeste fietsenstalling

Station Roodeschool
-vernielingen door afgelegen plek
-donker voorplein
-geen parkeergelegenheid

En nu, deelnemende partijen, als de bliksem dat pakket aan maatregelen uitvoeren! Of anders wel de verantwoordelijkheden nog eens napluizen waaraan jullie je verantwoordelijk kunnen ontlenen! Hup hup! En rap een beetje!

Maaruh, hoe zit het eigenlijk met de stations Baflo, Winsum, Sauwerd, Groningen-Noord en het hoofdstation in Stad? Die liggen ook aan de lijn Roodeschool-Groningen. Daar gaat Marijke van Beek van Eemsmond weliswaar niet over, maar is daar alles al op orde? En is er alleen van alles mis met de stations in de gemeente Eemsmond? Lijkt me niet. Hallo?

Oké. En nu, als toetje voor de Heen en weer-liefhebber: een geschrapte passage uit het boek. Over ook zo’n treinonderzoek! Geschrapt omdat schrijven schrappen is. Omdat een boek ook te dik kan zijn. Omdat een boek door de brievenbus moet passen. Vindt mijn uitgever tenminste.

Tijd: ergens in november. En dan praten we over 2007, mind you! Het is een terugreis. Vertraging: 6 minuten. Controle: nee.

Groningen
Donker is het in de trein. In mijn coupé zijn de meeste lampen uit.
Vlak voordat we vertrekken, gaan alle lichten aan.

Ik kijk om en zie een jongen in een oranje hesje papieren uitdelen. Ik hoor hem zeggen: “Wilt u ook meedoen aan een enquête over de kwaliteit van deze lijn?”
Jáááá! Ik wrijf mij in de handen.
“Heel graag. Moet ik hem opsturen?”
“Ik kom hem weer ophalen.”
“Het gaat over de kwaliteit van deze lijn zeg maar. Jullie ook?”
“Geef maar.”
“In het algemeen of deze trein?”
“In het algemeen op deze trein.”
“Bent u op tijd vertrokken?”
“Geen idee.”
“Daar begint kwaliteit mee hè.”
De mensen zijn gretig.
“Hier heb ik nog een potloodje.”
“Ik heb al een keer meegedaan.”
“Nog een keer kan geen kwaad, toch?”

De jongen in het hesje loopt mij voorbij. Dat zou toch niet! Ik wil ook! Hij gaat naar z’n collega verderop.
“Mijn potloden zijn op. Heb jij nog?”
Met nieuwe potloden komt hij weer langs.
Ik steek m’n hand uit.
“Alstublieft.”
Ik krijg een vers potloodje.
De jongen haalt een enquêteformulier uit een Nivea-tas.

Winsum
“Hallo hallo hallo!”
Een mevrouw met een bruine hoed staat op een zwaait met haar enquêteformulier naar de jongen in het hesje.

Als ik m’n formulier teruggeef, zie ik pas dat het op de achterkant verder gaat.
“Hé, het gaat op de achterkant verder!”
“Ja, maar dat geeft niet joh.”
“Geef maar terug, ik wil alles invullen als je het niet erg vindt.”
De jongen met de Nivea-tas en z’n collega staan op het balkonnetje.
“Ik heb nu zestig, hoeveel heb jij?”
“Honderd.”
“Ook de achterkant ingevuld? Mooi, niet iedereen ziet dat.”

Een vrouw met twee volle tassen loopt ver voor Warffum naar het balkonnetje waar de jongen met de Nivea-tas staat. Ze praten wat voordat ze in Warffum uitstapt.

Usquert
We wachten op de tegentrein uit Roodeschool. De enquêteur met de Nivea-tas staat vlak bij mij het gangpad af te speuren naar reizigers die hun formulier willen inleveren. We hebben oogcontact. Ik besluit een praatje te maken.
“Ze willen wel meewerken niet, de mensen.”
“Ja, ze willen allemaal meedoen.”
De jongen vertelt dat hij ook enquêtes op de Arrivalijnen naar Delfzijl en Nieuweschans uitdeelt, maar dat er over de trein naar Roodeschool veel meer wordt geklaagd.
“Ik hoor vooral geklaag over de drukte en het missen van de aansluiting. Dan zijn ze te laat in Groningen om de trein naar Zwolle te halen. Ik heb zelf in Baflo gewoond, ik woon nu in Groningen hoor, maar ik heb heel lang de trein van tien over acht genomen. Altijd vol en altijd vertraging.”
Hij zegt dat hij net met een vrouw had gepraat…
“Die met die tassen die er in Warffum uitging?”
“Ja die ja.”
…die wist te vertellen dat veel mensen uit Warffum niet de trein in Warffum pakken maar met de auto naar Winsum gaan om daar de trein uit Delfzijl naar Groningen te nemen. Dan hebben ze meer kans de aansluiting in Groningen nog te halen.
Ik begin over de extra spitsbussen die Arriva vanaf Winsum naar Groningen inzet. Je maakt een praatje of je maakt hem niet.
”Ja, lijn 65, maar die rijdt alleen maar naar de Grote Markt.”
“Die moet toch naar het station rijden?”
“Dat doet ie dus niet. Ik heb er zelf ingezeten. Ik dacht: moet ik er nu al uit? En toen reed ie leeg naar het station. Echt waar.”
De jongen vertelt dat reizigers tegen hem, de enquêteur, beginnen te klagen.
“Ik mag de formulieren niet inkijken, maar de mensen vertellen mij wel eens wat. Een jongen in Nieuweschans klaagde dat hij z’n tentamens had gemist. En weet je wat ze bij Arriva tegen hem zeiden? ‘Dan moet je een trein eerder nemen.’ Maar dat had ie al gedaan! ‘Daar kunnen wij niks aan doen’, kreeg hij toen te horen. ‘Wij kunnen niks garanderen.’ Dan word je toch afgescheept? Da’s toch lullig?”

Read Full Post »

Treinkerstverhaal

Zin in een waargebeurd treinkerstverhaal? Het had zo een decemberterugreis uit Heen en weer op het Hogeland kunnen zijn. Alleen was het niet op het Hogeland, maar op het land daaronder. Dat heet grappig genoeg voor een gedeelte inderdaad het Lageland. Daar rijdt de trein naar Delfzijl. Ik moet er in Stedum uit.

Donderdag 17 december. Groningen is ontregeld door de sneeuw. Voor het eerst sinds 1979, hoor ik om me heen. Bussen rijden niet, scholen zijn dicht. Maar ambtenaren werken gewoon. Ook ik. Van mijn baas mag ik eerder weg naar huis omdat ik verder weg woon. Zodat ik veilig thuis kan komen. Wel eerst even overleggen met mijn leidinggevende. Kan ik mooi op tijd zijn voor het kerstspel van mijn zoontje op school, z’n eerste kerstspel. Zoals een kleuter betaamd, vertelt hij thuis niks over school. Dus ik ben benieuwd wat zijn rol is.

Op m’n werk krijg ik al een eerste aanwijzing van pech. Een collega zegt dat de trein naar Delfzijl niet rijdt. Dat geloof ik niet, vanochtend reed ie gewoon.

Glibberend door de sneeuw fiets ik naar het station. Ik ren de trap naar het perron op, de trein moet zo gaan. Maar er staat niks op de vertrekbord. De trein gaat niet.

Dingdongdingngng. De stationsomroepster: “Door weersomstandigheden rijden de treinen niet verder dan station Sauwerd.”

Bij spoor 1 en 2 staan mensen rond twee mannen in blauwe Arriva-pakken. Eén heeft een muts op, de ander niet. De man zonder muts wrijft stevig in z’n handen.
Het treinverkeer ligt plat omdat er in Sauwerd een wissel is bevroren.
Hoe lang dat duurt? Kan hij niks over zeggen.

Een Arriva-vrouw met blonde krullen in een geelblauwe jas, ik herken haar als een machinist, belt bij de gratiskrantenbakken voor het stootblok van spoor 1.
Uitgebeld steekt ze een sigaret op.
“Nieuws?”, vraag ik haar.
“Nee”, zegt ze met een ik-weet-het-echt-niet-blik.
Ze krijgt tegenstrijdige berichten: wel gaan, niet gaan.
Er hangen twee diertjes aan haar tas. Wat schreef ik ook al weer over Arriva-vrouwen met knuffeltjes aan hun treintas?

De Arriva-man zonder muts wrijft nog eens in z’n handen en zegt dat er mannetjes onderweg zijn om de wissel te ontdooien. Die mannetjes komen helemaal uit Zwolle. In 1979 ging dat anders, vertelt hij. Toen was het ook zo slecht. Toen gingen er mannen met gasbranders uit de stad op weg. Was het zo verholpen. Nu moeten ze helemaal uit Zwolle komen.
De privatisering. Het is de schuld van de privatisering, beweert hij.
“Ik zeg zoals het is”, zegt hij. “Op z’n vroegst gaat de trein om zes uur. Gaat ie een half uur eerder, heb je geluk. Gaat ie een half uur later, heb je pech.”

Pech heb ik sowieso, ook als ik geluk heb. Ook als ik in de gelukstrein van half zes zit, mis ik het kerstspektakel van mijn zoontje. Dat kan ik dus wel vergeten.
Bah!

Steeds weer nieuwe ‘reizigers’ drommen samen rond de Arriva-mannen tussen spoor 1 en 2. Mensen willen de gok wagen en de trein naar Sauwerd nemen, in de hoop dat ie toch verder rijdt.
Niet doen, adviseert de Arriva-man zonder muts. Meer dan dertig jaar zat hij op de trein. Maar toen Arriva kwam, kwamen er nieuwe functieomschrijvingen. En toen moest hij van de trein af. Hij moest de bus op, maar na veel gedoe kreeg hij toch een functie op het station.
Ga niet naar Sauwerd, adviseert hij de mensen die na Sauwerd nog richting Roodeschool of Sauwerd moeten.
“Sauwerd heeft geen meerwaarde om heen te gaan”, zegt hij. “Dan zit je vast midden op de prairie.”
En weer vertelt hij het verhaal van 1973 toen mannen uit Groningen met gasbranders erop uit trokken om bevroren wissels te ontdooien. Nu zijn er mannetjes uit Zwolle onderweg.

Nog twee Arriva-mannen tonen zich. De twee Arriva-mannen die er al waren, dragen donkerblauwe Arriva-kleding. De twee nieuwe mannen hebben jassen met lichtblauw en fluorescerend geel aan: machinisten. Eén van hen herken ik, hij staat in mijn boek. Hij is van het pizzaverhaal (“Dan knal je er maar wat boterhamworst bovenop”) van de 24 april-reis. En van het Cruijffiaanse arbeidsmotto: “Wat ik niet kan zien, kan ik niks aan doen.”

“Hoe zit het met de trein naar Winschoten?”, wil een zwarte man weten.
“Tot Zuidbroek”, zegt de Pizza-Arriva-man.

Ik loop naar de Arriva-store om wat te regelen.
Ik sta in de rij. De vrouw achter de balie zegt tegen een meisje dat ze niet weet wanneer de trein naar Delfzijl weer rijdt.
“Niet eerder dan zes uur”, zeg ik.
Ik vertel wat ik weet over de mannetjes uit Zwolle.
“Ik word niet geïnformeerd”, verzucht de Arriva-vrouw achter de balie. Ze wil weten hoe ik dit weet.
“Van collega’s van u op het station.”
“Ik word niet geïnformeerd”, zegt ze nogmaals. “U moet bij de Arriva-mensen op het station zijn”, zegt ze tegen het meisje dat naar Delfzijl wil. “Die weten meer dan ik.”

“Even wat anders”, zeg ik tegen de Arriva-vrouw. “Gisterenavond kocht ik per ongeluk een kaartje met datum naar de stad, voor vanochtend. Maar ik wilde natuurlijk eentje zonder datum. Die heb ik hier ook.”
Ik toon haar de twee kaartjes zonder korting. Ze kan precies zien hoe laat ik ze heb gekocht; staat erop. Die met datum om 17.56, die zonder datum voor vanochtend een minuut later. Dat was dus twee keer 3.70 euro.
Of ik het geld van het abuis gekochte kaartje kan terugkrijgen.
Hier heeft de balievrouw wèl informatie over.
“Arriva heeft hier regels over”, vertelt ze.
En die houden in dat bedragen onder de vijf euro niet worden terugbetaald. Pech gehad dus.

Teleurgesteld loop ik weer naar de Arriva-mannen tussen spoor 1 en 2. Die staan daar nog.
Een bejaarde man met bril is heel erg verontwaardigd dat er geen trein naar Delfzijl gaat.
“Arriva heeft dus geen vervoer?”, vraagt hij boos.
”Nee meneer”, antwoordt de Arriva-man met de muts rustig.
“Red je maar hoor”, zegt de oude man boos, alsof hij van Arriva is. “Mooi hoor, van Arriva!”
Een oude vrouw, hoogstwaarschijnlijk de vrouw van de boze man, stevent met haar rollator op de Arriva-man af.
“Wij zijn vanochtend om half negen uit Amsterdam vertrokken”, zegt ze snuivend. “Ik wil naar Delfzijl!”
“Er gaat geen trein mevrouw”, vertelt de Arriva-man met de muts haar rustig.
Er ontstaat een ruzieachtige sfeer.
“Ik kan nu wel boos worden op die mannetjes”, zegt een vrouw met lang krullend haar. “Maar die kunnen er ook niks aan doen.”

“De voorste trein gaat naar Delfzijl!”, roept de Pizza-Arriva-man opeens.
Grote opluchting onder de wachtenden.
Een massa mensen loopt richting Emmaviaduct om in de trein naar Delfzijl te stappen.
Ik haal de oude boze man en zijn vrouw met de rollator in.
“Valt met nait?”, zeg ik.
“Jajaja”, antwoordt de vrouw.

Ik ga in een vierzitter schuin tegenover een zwarte man zitten.
“Dames en heren.”
Ah, de machinist, een mannenstem.
“Deze trein gaat vooralsnog alleen maar naar Sauwerd.”
Wat? Volgens de Pizza-man gaat ie naar Delfzijl!
“In Sauwerd proberen ze de wissel handmatig om te krijgen”, beweert een reiziger.

“Dames en heren.”
De machinist weer.
“Deze trein gaat vooralsnog alleen naar Sauwerd. Vanaf Sauwerd zijn er geen bussen beschikbaar. Dus…”
Dat was het.
“Dus wat?”, vraagt een reiziger.
De zwarte man schuin voor mij weet genoeg en stapt uit.

“Ik heb nog een kerstborrel.”
“Gaat die dan nog door?”
“Ik neem aan van wel.”

Een man met een baard en een vrouw met een linnentasje gaan voor mij in de vierzitter zitten. Collega’s, gok ik.
“Dames en heren.”
De machinist maar weer eens.
“Goed nieuws!”, meldt hij opgetogen. “Om één voor vijf vertrekt deze trein naar Delfzijl.”
In de coupé klinkt opgelucht applaus. Het is twintig voor vier. Nog 21 minuten. En dan is het één over vijf. En dan vertrekt de trein volgens de nieuwe dienstregeling. Het kerstspel van mijn zoontje is dan al een minuut bezig. Ik ga het missen.
Bah!

De vrouw met de linnen tas kijkt op haar horloge.
“Nog acht minuten en dan gaan we rijden”, zegt ze.
De man met de baard kijkt op zíjn horloge.
“Bij mij nog zeven”, zegt hij. En hij slaat een boek open.

16.54 uur. De lichten in de trein vallen uit.
“De lichten gaan uit”, constateert een reiziger. En dan angstig: “We gaan niet rijden.”

Dingdongdingngng.
De stationsomroepster buiten: “Door weersomstandigheden moet u rekening houden met een langere reistijd door uitval van treinen.”
“Hoe laat waren wij ook al weer op het station?”, vraagt de vrouw tegenover mij.
“Kwart over twee”, antwoordt de man al lezend.
Ze wachten al bijna drie uur op de eerste trein richting Delfzijl.
“Jij leest heel wat boeken uit zo zeker?”
“Elke week één”, antwoordt de man met de baard niet zonder trots.

17.04 uur. We rijden! De trein rijdt, de eerste sinds half twee. Hij heeft drie minuten vertraging.

“Dames en heren.”
De machinist, nu een vrouwenstem. Vast de Arriva-vrouw met de blonde krullen van op het station.

“Ik heb even contact gehad”, meldt ze. “En wij rijden gewoon naar Delfzijl. Mensen die naar Roodeschool moeten, kunnen in Sauwerd uitstappen. Ik denk dat die ook wel rijdt.”
Hard gelach ik de trein.
“’Ik denk…!’”
“Vrouw achter het stuur.”
“Ben ik blij dat wij naar Delfzijl gaan.”
“Is er een hotel in Sauwerd?”
“Logement Sauwerd!”
“Niet te hard lachen. Wie weet waar wij nog terecht komen.”

Station Sauwerd.
We rijden verder.
“We rijden verder”, belt een jongen door. “Dus die wisseldinges zit vast wel goed. Óf we ontsporen. Óf het komt wel goed.”

Het komt goed; ik stap uit op station Stedum. Koud dat het daar is! Met veel moeite fiets ik naar mijn dorp, er ligt nog veel sneeuw op de weg.

Ik fiets rechtstreeks naar het dorpsschooltje. Het is al zes uur. Maar wie weet vang ik toch nog een glimp van het kerstspel van mijn zoontje op.

Inderdaad, het is een glimp. Meer niet, het is bijna afgelopen. Maar daar zie ik mijn zoontje staan. Hij heeft een hoed van groen crêpepapier op en hij staat in een hoepel. Oh, ik begrijp het al. Hij is een kerstboom! Mijn vierjarig zoontje speelt een kerstboom!

Buiten vriest het venijnig, maar mijn hart smelt.

Read Full Post »

Een Arriva-trein vernoemd naar mij, Roelf Reinders? Als er een deel 2 van Heen en weer op het Hogeland komt, krijg ik m’n eigen trein. Dat beloofde Arriva-directeur Anne Hettinga toen hij op vrijdag 30 oktober het eerste exemplaar van mijn treindagboek in ontvangst nam.

Roelf op Groningen CS

13.00 uur

Ik ijsbeer op station Noord. Een slokje water uit de fles tegen de droge mond. Om negentien over moet ik in de trein naar het hoofstation stappen. Dat hebben ze bij de uitgeverij zo bedacht. Dus dat doe ik. Iedereen moet daar op spoor 1 en 2 dan in spanning op mij wachten: Anne Hettinga en de rest. Kom ik aan op spoor 6a? Dat is het perron dat een grote rol in mijn boek speelt. Kom ik op tijd aan of heb ik vertraging? Ik repeteer mijn praatje nog een keer.

Ik schrijf in het eerste exemplaar een opdracht aan Anne Hettinga. Mooie opdracht, al schrijf ik het zelf. Ik oefen nog een keer mijn speech.

13.19 uur

Ik stap op de trein die uit Delfzijl komt. Raar misschien voor een presentatie van een boek over Uithuizen-Groningen, maar dat merkt toch niemand. Ergens helemaal achteraan ga ik zitten. Nog een slokje water. Ik bewaar een bodempje voor straks.

Zenuwen, heel veel zenuwen. Ik ben niet zo’n prater in het openbaar. Misschien zijn er niet zo veel mensen, dat zou schelen. Maar ja, dat is nou ook weer niet de bedoeling.

Ik adem diep in, niet hoog maar laag. Ik volg de tips van mijn vriendin Anoesjka strikt op. Die kan het weten, want zij is yogajuf, zeg maar een expert in ontspannen. Mijn buik wordt dikker, even vasthouden en los. Nu moet ik de spanning weg voelen stromen. Ik merk er weinig van.

Wat een entree13.24 uur

De trein stopt. Ik neem het laatste slokje water, haal nog eens diep adem en blijf zitten. Ik moet als laatste de trein uit komen. Dat willen ze van de uitgeverij om de spanning erin te houden. Voor míjn spanning is dat niet nodig. Maar ik doe het toch maar, geen probleem.

Ik stap uit. Alsof ik als normaal uitstap, er gebeurt niks. Ik schuifel naar rechts en loop langs de Roodeschool-trein verder richting stationshal. Niemand ziet mij! Ik zie een paar fotografen staan wachten bij de voorste ingang. Daar loopt nog een stroom reizigers de trein uit. Ik glimlach. Tenminste dat zie ik later terug op de foto van de eerste fotograaf die mij opmerkt.

Een grote groep mensen, dertig, veertig man, begint te klappen. Ik ben gezien. Ik zoek Anne Hettinga, ik herken hem meteen. Hij lacht, ik geef hem een hand. Mijn uitgever Maarten Metz zegt wat, de mensen lachen erom. En nu ik.

Achteraf hoor ik van velen dat ze mij niet of nauwelijks hebben verstaan. De Roodeschool-trein maakte te veel lawaai. Ik was daar op voorbereid. Als ik had gemerkt dat een trein te veel lawaai maakte, had ik gezegd: “Anne jonge, kun je die trein niet even uitzetten.” Áls ik dat had gemerkt, maar ik hoorde die trein niet loeien. Iedereen verder wel, maar ik niet. Toch moeten er mensen zijn geweest die mij wel konden verstaan. Ik had een paar hele kleine grapjes voorbereid die ik kon maken of de trein nu wel of niet lawaai maakte. En ik hoorde toch een paar mensen lachen. Minder hard dan ik had gehoopt, dat wel. Maar toch.

Klaar. Nu het boek geven. Dat gaat wat onhandig. Ik ben uitgepraat, wat kan ik nog zeggen? Ik zeg zoiets als “Nou, alstublieft dan maar”. Of misschien bedank ik Hettinga ook wel. Ik weet het niet meer.

Anne Hettinga mag. Hij gaat precies voor de meer dan mansgrote poster van mij staan. Die zie ik voor het eerst. Dat zeg ik ook. Er staat op dat het Hogeland na Ede Staal eindelijk een nieuwe held heeft: ik. De poster is een groot succes. Ik moet er hartelijk om lachen. En de rest om mij, die zo om de onverwachte poster lacht.

Anne en Roelf

Anne Hettinga heeft een groot pak papier vast. Dat is de uitgeprinte versie van mijn boek. Het boek zelf is pas sinds gistermiddag klaar. Het had niet veel gescheeld of dit was een boekpresentatie zonder boek geweest. Ik zie paarse en roze papiertjes tussen de bladzijden. Hij heeft het gelezen, of zijn assistenten, en hij gaat wat met mijn tekst doen. Ik glimlach. Voor mij zit het erop. Ik heb gesproken, er kan niks meer mis gaan.

“Beste Roelf”, begint Hettinga. Hij zegt dat hij mij met de voornaam mag aanspreken omdat ik hem in het boek ook met Anne aanspreek. Ik vind alles goed, mijn taak zit erop. Hij spreekt zijn naam in het Fries uit.

Hettinga begint opeens te wuiven naar een man bij de rookpaal. De man rookt. Die man is de pastoor, zegt Anne, over wie hij net nog met mijn uitgever praatte. Da’s ook toevallig.

Anne zegt een paar keer dat hij geen koopadvies wil geven. Daarmee bedoelt hij denk ik dat hij de mensen niet aanraadt mijn boek te kopen. Maar hij raadt het ook niet af. Bedoelt hij dat de mensen het zelf mogen weten?

“Jullie moeten niet alles geloven wat hier in staat”, zegt de Arriva-directeur. Daar zijn die roze en paarse blaadjes voor. Hij heeft wat in het boek gevonden dat niet klopt volgens hem en dat wil hij even rechtzetten. Hé, het is zijn praatje. Mag. Ik vind alles prima.

Spurt RR?Dan zegt hij iets opmerkelijks. Als er een deel 2 komt van Heen en weer op het Hogeland, dan krijg ik mijn eigen trein. Dan komt er op één van de Arriva treinen ‘Roelf Reinders’ te staan. Eén voorwaarde: Arriva moet het met de inhoud eens zijn. Ik vind het een prachtig verhaal van Hettinga zo tegen de achtergrond van de nieuwe held van het Hogeland. Mooie afsluiter. Ik ben hartstikke blij en trots dat Anne Hettinga, directeur van Arriva Nederland en één van de hoofdpersonen van mijn boek, het eerste exemplaar in ontvangst heeft willen nemen.

Dat was het. Nee dus. De gekte begint. Ik wil zoals het hoort nog even napraten met Hettinga. Maar ik krijg een opengeklapt boek onder mijn neus gedrukt. Ik moet signeren. Mijn uitgever Maarten Metz noemde dat vlak voor mijn praatje ‘signaleren’ en dat heeft grote indruk op de mensen gemaakt. Dagen na de presentatie beginnen mensen die erbij waren er nog over: hij had het over een boek signaleren.

Ik was op het signaleren onvoorbereid. Wat schrijf je op? ‘Voor’ en dan de naam van de koper. Ik heb een paar maar ‘voor mijn favoriete collega’ gebruikt. Niet doen! Ze gaan vergelijken. Ik schrijf de meest gekke opdrachten op.

Mijn uitgever Lourens Vellinga drukt twee boeken in mijn hand. Voor twee Arriva-medewerkers die in het boek worden genoemd. Ik wil heel graag iets aardigs opschrijven. Ik denk dat ik daarin geslaagd ben. Dat hoop ik echt.

Heel even weet ik me aan het signaleren te ontrekken en knoop ik nog een praatje met Anne Hettinga aan. Ik zeg dat ik het echt niet allemaal uit m’n duim hebben zitten zuigen. Het is een kort en vriendelijk gesprek. Hij moet al weer weg.

14.45 uur

De drukte is weg, Anne Hettinga is weg en er is een aantal boeken verkocht. Woow wat een ochtend en middag. Met een klein groepje pakken we de trein naar Uithuizen voor een borrel en wat eten.

perronpoes snuffelt15.33 uur

Station Uithuizen. En wie komt op ons af gerend? Perronpoes! Mijn held. Alsof hij besteld is. Geen idee waar dit over gaat? Lees Heen en weer op het Hogeland! Hij snuffelt aan z’n eigen foto. Ik pak Perronpoes op en aai hem even snel. Heeft dat beest nog steeds vlooien?

Foto’s: Henk Tammens en Eddy Scholtens (Dank!)

Read Full Post »