Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Kerst’

Treinkerstverhaal

Zin in een waargebeurd treinkerstverhaal? Het had zo een decemberterugreis uit Heen en weer op het Hogeland kunnen zijn. Alleen was het niet op het Hogeland, maar op het land daaronder. Dat heet grappig genoeg voor een gedeelte inderdaad het Lageland. Daar rijdt de trein naar Delfzijl. Ik moet er in Stedum uit.

Donderdag 17 december. Groningen is ontregeld door de sneeuw. Voor het eerst sinds 1979, hoor ik om me heen. Bussen rijden niet, scholen zijn dicht. Maar ambtenaren werken gewoon. Ook ik. Van mijn baas mag ik eerder weg naar huis omdat ik verder weg woon. Zodat ik veilig thuis kan komen. Wel eerst even overleggen met mijn leidinggevende. Kan ik mooi op tijd zijn voor het kerstspel van mijn zoontje op school, z’n eerste kerstspel. Zoals een kleuter betaamd, vertelt hij thuis niks over school. Dus ik ben benieuwd wat zijn rol is.

Op m’n werk krijg ik al een eerste aanwijzing van pech. Een collega zegt dat de trein naar Delfzijl niet rijdt. Dat geloof ik niet, vanochtend reed ie gewoon.

Glibberend door de sneeuw fiets ik naar het station. Ik ren de trap naar het perron op, de trein moet zo gaan. Maar er staat niks op de vertrekbord. De trein gaat niet.

Dingdongdingngng. De stationsomroepster: “Door weersomstandigheden rijden de treinen niet verder dan station Sauwerd.”

Bij spoor 1 en 2 staan mensen rond twee mannen in blauwe Arriva-pakken. Eén heeft een muts op, de ander niet. De man zonder muts wrijft stevig in z’n handen.
Het treinverkeer ligt plat omdat er in Sauwerd een wissel is bevroren.
Hoe lang dat duurt? Kan hij niks over zeggen.

Een Arriva-vrouw met blonde krullen in een geelblauwe jas, ik herken haar als een machinist, belt bij de gratiskrantenbakken voor het stootblok van spoor 1.
Uitgebeld steekt ze een sigaret op.
“Nieuws?”, vraag ik haar.
“Nee”, zegt ze met een ik-weet-het-echt-niet-blik.
Ze krijgt tegenstrijdige berichten: wel gaan, niet gaan.
Er hangen twee diertjes aan haar tas. Wat schreef ik ook al weer over Arriva-vrouwen met knuffeltjes aan hun treintas?

De Arriva-man zonder muts wrijft nog eens in z’n handen en zegt dat er mannetjes onderweg zijn om de wissel te ontdooien. Die mannetjes komen helemaal uit Zwolle. In 1979 ging dat anders, vertelt hij. Toen was het ook zo slecht. Toen gingen er mannen met gasbranders uit de stad op weg. Was het zo verholpen. Nu moeten ze helemaal uit Zwolle komen.
De privatisering. Het is de schuld van de privatisering, beweert hij.
“Ik zeg zoals het is”, zegt hij. “Op z’n vroegst gaat de trein om zes uur. Gaat ie een half uur eerder, heb je geluk. Gaat ie een half uur later, heb je pech.”

Pech heb ik sowieso, ook als ik geluk heb. Ook als ik in de gelukstrein van half zes zit, mis ik het kerstspektakel van mijn zoontje. Dat kan ik dus wel vergeten.
Bah!

Steeds weer nieuwe ‘reizigers’ drommen samen rond de Arriva-mannen tussen spoor 1 en 2. Mensen willen de gok wagen en de trein naar Sauwerd nemen, in de hoop dat ie toch verder rijdt.
Niet doen, adviseert de Arriva-man zonder muts. Meer dan dertig jaar zat hij op de trein. Maar toen Arriva kwam, kwamen er nieuwe functieomschrijvingen. En toen moest hij van de trein af. Hij moest de bus op, maar na veel gedoe kreeg hij toch een functie op het station.
Ga niet naar Sauwerd, adviseert hij de mensen die na Sauwerd nog richting Roodeschool of Sauwerd moeten.
“Sauwerd heeft geen meerwaarde om heen te gaan”, zegt hij. “Dan zit je vast midden op de prairie.”
En weer vertelt hij het verhaal van 1973 toen mannen uit Groningen met gasbranders erop uit trokken om bevroren wissels te ontdooien. Nu zijn er mannetjes uit Zwolle onderweg.

Nog twee Arriva-mannen tonen zich. De twee Arriva-mannen die er al waren, dragen donkerblauwe Arriva-kleding. De twee nieuwe mannen hebben jassen met lichtblauw en fluorescerend geel aan: machinisten. Eén van hen herken ik, hij staat in mijn boek. Hij is van het pizzaverhaal (“Dan knal je er maar wat boterhamworst bovenop”) van de 24 april-reis. En van het Cruijffiaanse arbeidsmotto: “Wat ik niet kan zien, kan ik niks aan doen.”

“Hoe zit het met de trein naar Winschoten?”, wil een zwarte man weten.
“Tot Zuidbroek”, zegt de Pizza-Arriva-man.

Ik loop naar de Arriva-store om wat te regelen.
Ik sta in de rij. De vrouw achter de balie zegt tegen een meisje dat ze niet weet wanneer de trein naar Delfzijl weer rijdt.
“Niet eerder dan zes uur”, zeg ik.
Ik vertel wat ik weet over de mannetjes uit Zwolle.
“Ik word niet geïnformeerd”, verzucht de Arriva-vrouw achter de balie. Ze wil weten hoe ik dit weet.
“Van collega’s van u op het station.”
“Ik word niet geïnformeerd”, zegt ze nogmaals. “U moet bij de Arriva-mensen op het station zijn”, zegt ze tegen het meisje dat naar Delfzijl wil. “Die weten meer dan ik.”

“Even wat anders”, zeg ik tegen de Arriva-vrouw. “Gisterenavond kocht ik per ongeluk een kaartje met datum naar de stad, voor vanochtend. Maar ik wilde natuurlijk eentje zonder datum. Die heb ik hier ook.”
Ik toon haar de twee kaartjes zonder korting. Ze kan precies zien hoe laat ik ze heb gekocht; staat erop. Die met datum om 17.56, die zonder datum voor vanochtend een minuut later. Dat was dus twee keer 3.70 euro.
Of ik het geld van het abuis gekochte kaartje kan terugkrijgen.
Hier heeft de balievrouw wèl informatie over.
“Arriva heeft hier regels over”, vertelt ze.
En die houden in dat bedragen onder de vijf euro niet worden terugbetaald. Pech gehad dus.

Teleurgesteld loop ik weer naar de Arriva-mannen tussen spoor 1 en 2. Die staan daar nog.
Een bejaarde man met bril is heel erg verontwaardigd dat er geen trein naar Delfzijl gaat.
“Arriva heeft dus geen vervoer?”, vraagt hij boos.
”Nee meneer”, antwoordt de Arriva-man met de muts rustig.
“Red je maar hoor”, zegt de oude man boos, alsof hij van Arriva is. “Mooi hoor, van Arriva!”
Een oude vrouw, hoogstwaarschijnlijk de vrouw van de boze man, stevent met haar rollator op de Arriva-man af.
“Wij zijn vanochtend om half negen uit Amsterdam vertrokken”, zegt ze snuivend. “Ik wil naar Delfzijl!”
“Er gaat geen trein mevrouw”, vertelt de Arriva-man met de muts haar rustig.
Er ontstaat een ruzieachtige sfeer.
“Ik kan nu wel boos worden op die mannetjes”, zegt een vrouw met lang krullend haar. “Maar die kunnen er ook niks aan doen.”

“De voorste trein gaat naar Delfzijl!”, roept de Pizza-Arriva-man opeens.
Grote opluchting onder de wachtenden.
Een massa mensen loopt richting Emmaviaduct om in de trein naar Delfzijl te stappen.
Ik haal de oude boze man en zijn vrouw met de rollator in.
“Valt met nait?”, zeg ik.
“Jajaja”, antwoordt de vrouw.

Ik ga in een vierzitter schuin tegenover een zwarte man zitten.
“Dames en heren.”
Ah, de machinist, een mannenstem.
“Deze trein gaat vooralsnog alleen maar naar Sauwerd.”
Wat? Volgens de Pizza-man gaat ie naar Delfzijl!
“In Sauwerd proberen ze de wissel handmatig om te krijgen”, beweert een reiziger.

“Dames en heren.”
De machinist weer.
“Deze trein gaat vooralsnog alleen naar Sauwerd. Vanaf Sauwerd zijn er geen bussen beschikbaar. Dus…”
Dat was het.
“Dus wat?”, vraagt een reiziger.
De zwarte man schuin voor mij weet genoeg en stapt uit.

“Ik heb nog een kerstborrel.”
“Gaat die dan nog door?”
“Ik neem aan van wel.”

Een man met een baard en een vrouw met een linnentasje gaan voor mij in de vierzitter zitten. Collega’s, gok ik.
“Dames en heren.”
De machinist maar weer eens.
“Goed nieuws!”, meldt hij opgetogen. “Om één voor vijf vertrekt deze trein naar Delfzijl.”
In de coupé klinkt opgelucht applaus. Het is twintig voor vier. Nog 21 minuten. En dan is het één over vijf. En dan vertrekt de trein volgens de nieuwe dienstregeling. Het kerstspel van mijn zoontje is dan al een minuut bezig. Ik ga het missen.
Bah!

De vrouw met de linnen tas kijkt op haar horloge.
“Nog acht minuten en dan gaan we rijden”, zegt ze.
De man met de baard kijkt op zíjn horloge.
“Bij mij nog zeven”, zegt hij. En hij slaat een boek open.

16.54 uur. De lichten in de trein vallen uit.
“De lichten gaan uit”, constateert een reiziger. En dan angstig: “We gaan niet rijden.”

Dingdongdingngng.
De stationsomroepster buiten: “Door weersomstandigheden moet u rekening houden met een langere reistijd door uitval van treinen.”
“Hoe laat waren wij ook al weer op het station?”, vraagt de vrouw tegenover mij.
“Kwart over twee”, antwoordt de man al lezend.
Ze wachten al bijna drie uur op de eerste trein richting Delfzijl.
“Jij leest heel wat boeken uit zo zeker?”
“Elke week één”, antwoordt de man met de baard niet zonder trots.

17.04 uur. We rijden! De trein rijdt, de eerste sinds half twee. Hij heeft drie minuten vertraging.

“Dames en heren.”
De machinist, nu een vrouwenstem. Vast de Arriva-vrouw met de blonde krullen van op het station.

“Ik heb even contact gehad”, meldt ze. “En wij rijden gewoon naar Delfzijl. Mensen die naar Roodeschool moeten, kunnen in Sauwerd uitstappen. Ik denk dat die ook wel rijdt.”
Hard gelach ik de trein.
“’Ik denk…!’”
“Vrouw achter het stuur.”
“Ben ik blij dat wij naar Delfzijl gaan.”
“Is er een hotel in Sauwerd?”
“Logement Sauwerd!”
“Niet te hard lachen. Wie weet waar wij nog terecht komen.”

Station Sauwerd.
We rijden verder.
“We rijden verder”, belt een jongen door. “Dus die wisseldinges zit vast wel goed. Óf we ontsporen. Óf het komt wel goed.”

Het komt goed; ik stap uit op station Stedum. Koud dat het daar is! Met veel moeite fiets ik naar mijn dorp, er ligt nog veel sneeuw op de weg.

Ik fiets rechtstreeks naar het dorpsschooltje. Het is al zes uur. Maar wie weet vang ik toch nog een glimp van het kerstspel van mijn zoontje op.

Inderdaad, het is een glimp. Meer niet, het is bijna afgelopen. Maar daar zie ik mijn zoontje staan. Hij heeft een hoed van groen crêpepapier op en hij staat in een hoepel. Oh, ik begrijp het al. Hij is een kerstboom! Mijn vierjarig zoontje speelt een kerstboom!

Buiten vriest het venijnig, maar mijn hart smelt.

Read Full Post »