Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Trouw’

En dan sta ik zomaar weer in de krant waarin ik achttien jaar geleden ‘debuteerde’. Of hoe noem je dat: als je als studentje journalistiek voor het eerst een artikel in een dagblad krijgt. Het ging toen over de Groninger streektaalfunctionaris Siemon Reker die een boekje had gemaakt. De kop boven het artikel heb ik al die jaren onthouden: ‘Tweetaligheid verrijkt de geest’.

Ik sta sinds 17 maart 1992 weer in Trouw. Nu niet met artikel ván mij maar met een artikel óver mij. In het boekenkatern op zaterdag 13 februari. Boekredacteur Co Welgraven belde mij begin van de week mobiel op m’n werk. Hij had mijn boek gezien en wilde mij voor zijn rubiek ‘Vandaar dit boek’ interviewen. Hij zei dat hij ‘het lijntje’ wel kende. ‘Het lijntje’: Groningen-Roodeschool. Hij was onlangs nog in Usquert geweest.

Ik zei dat ik wel in zijn rubriek wilde staan.
“Woensdag tien uur?”
Woensdag tien uur vond ik helemaal goed.
Snel wat oude zaterdagkranten van Trouw opgesnord. ‘Vandaar dit boek’, achterkant katern Letter & Geest, tabloid formaat, eenderde pagina, ik-vorm. Allemaal heel gunstig.

Woensdag werkte ik thuis en werd ik precies om tien uur door Co Welgraven gebeld. Of hij het interview mocht opnemen?
Tuurlijk. Als hij dat handig vindt.
“Hoop werk”, zei ik nog. Ik doe het zelf ook wel eens bij de gemeentebobo’s. Bij de burgemeester, de gemeentesecretaris of gemeentelijke programmamanagers van dienstoverstijgende programma’s ter verbetering van het een of ander, dienstverlening meestal. Maar nu werd ikzelf opgenomen.

Een half uur later hingen we op.
’s Avonds laat kwam het stukje binnen op de mail. Ik mocht er nog even naar kijken. Alleen ‘feitelijke onjuistheden’. Jaja, ik weet hoe het gaat.

‘Helemaal goed’, mailde ik terug. Ik gaf hem nog een suggestiezin cadeau die hij nog ergens tussen zou kunnen frommelen. Deze mooie zin had ik na het interview bedacht en gewenst gezegd te hebben: “Het is een kroniek van kleinmenselijke gebeurtenissen van het dagelijkse treinleven: een ongemakkelijk gesprek op het balkon, gehannes met een onwillige vouwfiets, op de hak van je medereiziger trappen bij het uitstappen.”

Heeft hij niks meegedaan. En terecht. Hij zal wel gedacht hebben: Dat heeft hij niet gezegd, dus dat komt er mooi niet in. Als er nog iemand met mij over Heen en weer wil praten, zal ik nog eens over dat kleinmenselijke beginnen.

Interview zien? Klik op dit ploatie:

Snel nog even het vloekgehalte van Heen en weer onderzocht. Want ja, toch een christelijke krant met christelijke lezers. Ik herinner me de boekverkoper van een christelijke boekwinkel in de stad toen hij een stapeltje met mijn boeken in ontvangst nam. “Er wordt toch niet in gevloekt?”, was de vraag.
“Niet door de auteur”, had mijn uitgever Lourens geantwoord.

Dat blijkt te kloppen. Wel gebruik ik Zijn naam eenmaal ijdel bij een verzuchting over de Loopjongen die een gorillaknuffel aan z’n rugzak heeft: “God, nu ook al jongens met knuffeltjes. Wat betekent dat nu weer?” (14 augustus).
Verder wordt er door medereizigers dertien keer gevloekt, in verschillende varianten. Voor een boek van 272 pagina’s pieieiepweinig.

Je zou ook bijna vloeken bij de treinramp in België. Zoveel doden en gewonden. Een machinist zou een rood sein hebben genegeerd. Het zal je maar overkomen.
Voor de reizigers in de Spurt wellicht een geruststellende gedachte: de machinisten hier zijn goed getraind in het maken van noodstops. Dat deden ze al in de tijd van mijn treindagboek en ze oefenen er nog regelmatig mee.


Read Full Post »